De moord op President Kenndy – deel 12: Het verstopte geweer en Oswald’s alibi

5 maart 2025 Uit Door Paul Th. Kok

Leestijd: 15 minuten.

Leeswijzer: De illustraties geven samen met de onderschriften de essentie van het verhaal.

Dallas, 22 november 1963 om half een

Het was niet duidelijk waar de schoten vandaan kwamen die op 22 november 1963 president Kennedy dodelijk verwondden. Veel agenten renden eerst naar een met gras begroeid heuveltje, waar Kennedy’s auto langs reed toen er werd geschoten. Maar al snel daarna gingen veel van hen naar het nabij gelegen, zes verdiepingen tellend Schoolboekengebouw. Daar vond de politie, een half uur na de moord, op de 5e verdieping een door boekendozen omheinde plek (het ‘schuttersnest’), waar drie hulzen afkomstig van  geweerkogels, voor het raam lagen.

Het geweer gevonden

Na de ontdekking van het schuttersnest gingen de agenten op zoek naar het geweer. Vlak bij de trap, aan de achterkant van het gebouw, wrong agent Eugene Boone zich tussen het raam en een stapel dozen door een nauwe doorgang. Op afbeelding 1 is links nog net het raam zichtbaar waar Boone langs was gekropen.

Afbeelding 1: De vindplaats van het geweer, met op de achtergrond de trap. Links aan de raamkant staan eveneens dozen. Hier moet agent Boone zich tussen raam en dozen door hebben gewrongen. Net als met betrekking tot Afb. 5 en Afb. 8 is niet bekend of deze foto op 22 of op 25 november werd genomen.

Boone scheen met zijn zaklantaarn over de ruimte tussen de stapels boekendozen, terwijl Seymour Weitzman op de grond door de pallets probeerde te kijken (Afb.4). Op het zelfde moment ontdekten zij het geweer dat tussen rijen dozen op de grond lag. “Daar is het”, zei Weitzman. “We hebben het”, riep Boone. Het wapen was volgens Weitzman goed verstopt: acht of negen agenten waren er herhaalde malen langs  gelopen, zonder het te zien.

Afbeelding 2: Plattegrond 5e verdieping Schoolboekengebouw. Rechtsonder het zgn. schuttersnest. Linksboven, vlak bij de trap, werd het geweer gevonden. Deze schets werd door Robert Studebaker gemaakt, waarschijnlijk tussen 3 en 6 uur op 22 november.

Losse papieren: vervuiling van de plaats delict?

Enkele minuten nadat het geweer was gevonden, klom inspecteur Carl Day (hoofd onderzoeksbureau) op de dozenwand, om een foto te maken: zie Afb.4. Day pakte daarna  het geweer op bij de kolf. Omdat het ruw hout was, konden daarop volgens hem geen vingerafdrukken zitten. Day had de knop van de grendel wel onderzocht op afdrukken: die waren er volgens hem niet. Terwijl Day het geweer vasthield, haalde hoofdinspecteur Fritz de grendel over, waarna er een kogel uit viel. De schutter had dus na het derde schot het geweer opnieuw geladen. Fritz hield de kogel, Day het wapen. Tegen Fritz zei Day dat hij het geweer later die dag op het politiebureau moest onderzoeken. Vrij snel daarna bracht hij het daar naar toe.

Afbeelding 3: Het verslagje dat inspecteur Carl Day (pas) op 8 januari 1964 had opgesteld over de vondst van het geweer op de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw. Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 26, p. 830.

Het rapport van de Warren Commissie (die de moord op Kennedy onderzocht) wijdt slechts enkele regels aan de vondst van het geweer. Het stelt dat niemand het wapen had aangeraakt en dat er niets was veranderd aan de plek waar het lag, voordat inspecteur Day het wapen fotografeerde. Laten we eens kijken of dat klopt.

Joe Ball en David Belin waren als stafmedewerkers van de Warren Commissie verantwoordelijk voor dit deel van het onderzoek. Eind februari 1964 stelden zij een voorlopig onderzoeksverslag op, waarin zij een rapport van agenten Sims en Boyd aanhaalden. We pakken de draad van het rapport op toen Boone en Weitzman het geweer zagen liggen:

“Iemand zei dat het geweer was gevonden. Captain Fritz liep tussen een stapel boeken en over enkele boeken naar waar het geweer lag tussen enkele dozen en gedeeltelijk bedekt met papier. Het geweer lag 5 feet (1½ meter) van de westelijke muur af en 8 feet (2½ meter) verwijderd van de trap.”

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 24, p. 320 (in: CE 2003); zie ook Ball-Belin rapport # 1, p. 29;  cursivering toegevoegd.

Afbeelding 4: CE 514, later opnieuw genummerd als CE 718 (17H p. 501). Foto genomen door Inspecteur Day op vrijdag 22 november om ca. 1.30. Het geweer lag keurig rechtop op de grond, verstopt achter één doos.

Begin april 1964 vertelde Richard Sims over de plek waar het wapen was gevonden:

Sims: “Toen gingen we naar de plek waar het geweer was gevonden.”               

Ball:  “Zag u het geweer?”

Sims: “Ja, ik zag het geweer.”

Ball: “Waar was het geweer?”     

Sims: “Het lag vlak bij een trap, gedeeltelijk bedekt met wat papier.”

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 7, p. 161; verhoor 6 april; cursivering toegevoegd.

Sims herhaalde hier wat hij en Boyd in hun officiële verslag hadden geschreven. De reactie van Ball was merkwaardig: hij negeerde Sims’ opmerking volledig en liet hem niet de foto  zien die Day had genomen. Alsof hij bang was dat Sims zou zeggen dat de foto niet klopte. Eind april 1964 vroeg David Belin aan Day zelf hoe de plaats delict er uit had gezien. Veel zin had dat niet: Day kon immers alleen getuigen wat hij, enkele minuten nadat het geweer was gevonden, had gezien. De oorspronkelijke situatie had hij niet waargenomen.

Belin: “Lag er iets boven op?”

Day: “Boven op het geweer?”

Belin: “Ja.”                               

Day: “Nee meneer.”

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 4, p. 259; verhoor 22 april 1964.

Durfde Day niet toe te geven dat hij de plaats delict had veranderd? Of waren die papieren er voor zijn komst al van afgehaald?

Twee dozen: was de plaats delict veranderd voor de foto’s werden gemaakt?

Op 25 maart 1964 werd Luke Mooney verhoord. Mooney was degene die rond één uur ’s middags de hulzen had gevonden, maar hij was ook snel ter plaatse nadat het geweer was gevonden. Ter controle liet Ball hem wel Day’s foto van het wapen zien.

Ball: “Lijkt het ongeveer zoals hier?”

Mooney: “Ja meneer; alleen waren er meer dozen rond het geweer dan op de foto. Met  andere woorden, zo zag het er volgens mij uit toen ik er naar toe was gelopen – natuurlijk kunnen ze later zijn verschoven.”

Ball: “Zijn er hier meer dozen?”

Mooney: “Nee, er zijn nu minder dozen omheen. Natuurlijk kijk je hier direct naar beneden. Welnu, hier liggen nog wat dozen.”

Bron: Bijlagen Warren Report, deel 3, p. 289; verhoor 25 maart.

Afbeelding 5: De plek waar het geweer was gevonden. Het wapen is al opgeraapt en de dozen zijn verschoven. Het geweer had links tussen de twee rijen dozen gelegen. Rechts boven de pallet waar Weitzman door heen keek toen het geweer zag liggen. Het is niet bekend of deze foto op 22 of op 25 november werd genomen.
Afbeelding 6: Detail plattegrond 5e verdieping Schoolboekengebouw. De schets klopt niet met de het fotomateriaal. Zo was de plek waar het geweer lag aan alle kanten door op elkaar gestapelde boekendozen omgeven en zat er nergens een opening tussen die stapels. Het geweer lag anderhalve meter van de muur af: op dat punt klopt de schets wel. Bron: zie Afb.2.

Ook al zei Mooney dat er destijds meer dozen bij het geweer hadden gelegen en de foto dus geen juist beeld gaf, toch gebruikte Ball deze kennis niet in het verhoor van Boone die meteen na Mooney aan de beurt was. Eugene Boone had samen met Weitzman het wapen gevonden. We mogen aannemen dat Ball en Belin zijn beëdigde verklaring (gedateerd 22 november 1963) onder ogen hadden gehad:

“Ik zag dat het geweer gedeeltelijk verstopt lag achter een rij boeken met twee (2) andere boekendozen tegen het geweer aan liggend. Het geweer scheen een 7.65 Mauser te zijn met een telescoop vizier. Captain Fritz werd naar de plek geroepen en ook iemand van de ID. Foto’s werden genomen en daarna pakte Captain Fritz het geweer op.”

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 19, p. 50; ID = Identificatie Dienst; cursivering toegevoegd.

Op 25 maart vroeg Ball eveneens aan Boone of CE 718 (de foto van Day) overeenkwam met de situatie zoals hij die had aangetroffen.

Boone: “Er was een rij dozen die tot daar kwam. Het geweer lag achter die eerste rij dozen.”

Ball: “Ik laat u 514 [later opnieuw genummerd als 718] zien. Zag het er zo uit toen u het zag?”

Boone: “Ja.”

Ball: “Zag het er zo uit toen de foto werd genomen?”

Boone: “Ja, ik geloof van wel.”

Ball: “Dit toont het geweer zoals u het zag?”

Boone: “Dat is juist. Je kon hier op je knieën liggen en dan kon je zien dat het een telescoop vizier had, door onder de boeken te kijken.”

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 3, p. 293; verhoor 25 maart 1964.

Weliswaar stelde Ball zijn vraag drie keer, maar zoals vooral uit zijn laatste vraag blijkt, vroeg hij naar de ligging van het geweer, niet of er meer dozen hadden gelegen dan de foto toonde. Ball liet na te vragen waarom Boone in zijn verklaring van 22 november (hierboven aangehaald) had geschreven dat er “twee (2) dozen” tegen het wapen hadden gelegen. Had de doos links op de foto (zie Afb.4) dan toch oorspronkelijk tegen het geweer aan gelegen? Daar komt bij dat Mooney (die vlak voor Boone was ondervraagd) had gezegd dat de foto geen juist beeld van de situatie gaf. Waarom dan niet duidelijk gevraagd hoe Boone daar over dacht? Een week later werd Seymour Weitzman door Ball ondervraagd:

Weitzman: “Het [geweer] was bedekt met dozen. Het was goed afgedekt voor het blote oog…”

Ball: “Ik laat u 514 [later opnieuw genummerd als 718] zien. Lijkt dat op de situatie zoals u die zag?”

Weitzman: “Nou (…) ik geloof dat er hier [wijst] meer dozen waren.”  

Ball: ”Wat bedoelt u met ‘hier’?”

Weitzman: “In dit gebied [wijst], want toen we het geweer vonden, waren er geen dozen die over het geweer heen staken.”

Ball: “In dit gebied, u bedoelt over het geweer heen stekend?”

Weitzman: “Ja meneer; het was meer verstopt dan daar.”      

Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 7, p. 107 en 108  – verhoor 1 april 1964.

In de Engelse transcriptie staat: “there were no boxes”, maar Weitzman moet in plaats van “no”, “more” hebben gezegd, anders klopt het niet met de rest van zijn verhaal. In de Nederlandse vertaling moet dan staan: “waren er meer dozen”, in plaats van “waren er geen dozen”. Aan het eind van zijn verhoor zei Weitzman dat hij het verslag van zijn verhoor niet hoefde in te zien. Hij ontnam zich daardoor de kans om er fouten uit te halen.

Afbeelding 7: Slot van verhoor Weitzman waarin hij zegt het verslag niet te hoeven inzien. Daaronder de opmerking van de vorige eigenaar van de 26 delen van het Warren Rapport: “Don’t be so trusting in the future!” [Wees in de toekomst niet zo goedgelovig!] Deze opmerking geeft het wantrouwen weer van critici van het Warren Rapport. In dit geval mogelijk ten onrechte: ook de stenograaf kan fouten hebben gemaakt. Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 7, p. 109.

Vervuilde Captain Fritz de plaats delict?

Weitzman en Boone zeiden dat zij tijdens hun zoektocht niets hadden verschoven. Sims zag het geweer voordat Day aanwezig was, en zowel in zijn rapport als tijdens zijn verhoor zei hij dat er losse papieren boven op het wapen hadden gelegen. Volgens alle getuigen was Fritz de eerste die over de dozen heen stapte om bij het geweer te kunnen komen. Nadat hij het wapen had gezien, ging Sims vrijwel meteen naar het schuttersnest aan de andere kant van de 5e verdieping (zie Afb.2) om Day op te halen.

De verhoren brachten geen duidelijkheid over wat er op de plaats delict was gebeurd. Aan Boone en Weitzman werd niet gevraagd of Fritz tijdens Sim’s afwezigheid dozen of papieren had verschoven. Tijdens het verhoor van Fritz kwam dit evenmin aan de orde. Als we bedenken dat Fritz bij het schuttersnest, voor er foto’s waren genomen, de hulzen had opgeraapt (zie deel 8 van deze serie), zou het niet verwonderlijk zijn als hij ook hier de plaats delict had vervuild.

Het geweer was aan alle kanten omgeven door dozen

Dat het wapen aan alle kanten door dozen was omgeven, blijkt behalve uit de foto’s, ook uit de beschrijving die Roger Craig gaf toen hij door David Belin werd ondervraagd.

Craig: “… als je naar beneden kijkt, je moest als het ware onder de noordelijke stapel dozen kijken om het geweer te zien. Het [geweer] was als het ware onder – uh – of er stevig tegen aan gezet, zodat het moeilijk te zien was. En natuurlijk waren de beide zijden van de rijen dozen afgesloten zodat je er niet doorheen kon kijken. Je moest gaan staan en er overheen kijken.”

Belin: “U maakt gebaren met uw handen – bedoelt u te zeggen dat de dozen in wat ik zou noemen een rechthoekige ‘O‘ lagen, om het zo te zeggen?”

Craig: “Ja, ja, uh – huh.”

Belin: “Goed. En u gebaarde op zo’n manier dat je er over heen moest buigen om naar beneden te kunnen kijken?”

Craig: “Ja, ja. Je moest over de dozen heen buigen en naar beneden kijken.”

Belin: “Het wapen was verplaatst toen de foto’s werden genomen?”

Craig: “Nee, nee. De foto’s werden genomen zoals het wapen daar lag toen het was gevonden.”Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 6, p. 268-269, verhoor 1 april 1964; cursivering toegevoegd.

Afbeelding 8: Deze foto toont de vindplaats van het geweer vanaf de andere kant dan CE 718. De open dozen staan bij CE 718 (Afb.4) op de achtergrond, hier op de voorgrond. Je moest volgens agent Roger Craig over deze dozen heen buigen om het wapen te kunnen zien. Het is niet bekend wanneer deze foto werd genomen: op 22 of op 25 november 1963.  

Belin vroeg Craig dus niet specifiek of er dozen waren verschoven, alleen of het wapen zelf van plaats was veranderd voordat de foto werd genomen. Belin liet hem Day’s foto niet zien. Afgaande op de foto die Allen maakte toen Day de plek aanwees waar het geweer had gelegen (Afb.9), was ook die plek door dozen afgesloten. Dat komt dus overeen met wat Craig had gezegd.

Het verstopte geweer en Oswald’s alibi

Waarom is het van belang om zo uitvoerig na te gaan of het geweer grondig was verstopt? Daarvoor moeten we eerst de rol uitleggen die het Schoolboekengebouw in dit verhaal speelt. Een aantal uitgeverijen van schoolboeken had in dit gebouw hun boeken op de bovenste vier verdiepingen opgeslagen. Op de onderste verdiepingen hadden deze  uitgeverijen hun kantoren. In totaal werkten er ongeveer 50 werknemers in het gebouw. Een deel van hen was ‘order filler’: zij liepen met bestellijsten de verdiepingen af om de gevraagde boeken bij elkaar te zoeken. Eén van hen was Lee Harvey Oswald, die daar sinds ruim een maand werkte. Nog geen anderhalve minuut nadat Kennedy was doodgeschoten, trof een motoragent, die als eerste het Schoolboekengebouw in was gerend, Lee Harvey Oswald aan in een lunchroom op de eerste verdieping van het gebouw. Later die dag werd Oswald officieel beschuldigd van de moord op president Kennedy.

Afbeelding 9: Inspecteur Carl Day, hoofd van de onderzoeksafdeling van de politie van Dallas, wijst journalisten de plek aan waar het geweer had gelegen. Deze foto werd door William Allen genomen op 22 november, ’s middags tussen 4 en 6 uur.

Het is echter de vraag of Oswald de dader had kunnen zijn. Hij had dan van de 5e verdieping van het gebouw een paar seconden eerder dan de motoragent in de lunchroom moeten zijn aangekomen. Om te kunnen vaststellen of dat mogelijk was, is de manier waarop het geweer was verstopt van cruciaal belang. Hoe meer tijd dat had gekost, des te minder kans Oswald gehad zou hebben om tijdig de lunchroom te bereiken.

Op Afb.9 wijst Carl Day aan waar het geweer had gelegen. Aan zijn rechterzijde sluiten op elkaar gestapelde dozen de plek af. Ook uit deze foto blijkt dus dat het geweer aan alle kanten door dozen was omgeven. Het wapen lag nog circa twee meter verder naar het raam toe. Oswald – gesteld dat hij de schutter was geweest – had dan, met het geweer in de hand, voorzichtig over de dozen moeten stappen en zich tussen de dozen door moeten wringen. Of hij had zich over de dozen (links op Afb.5 en op de voorgrond bij Afb.8) heen moeten buigen, het geweer daar rechtop (met het vizier naar boven) moeten neerleggen en vervolgens er twee dozen tegen aan moeten zetten, zodat het wapen bleef liggen. Beide manieren hadden  tijd gekost. Tijd die Oswald niet of amper gehad zou hebben als hij de schutter was geweest.

Conclusies

De plek waar het geweer lag, was blijkens de verhoren van Mooney, Sims en Weitzman wel degelijk veranderd voor er foto’s werden genomen. In zijn officiële verklaring van 22 november, geeft Boone eveneens een andere beschrijving van de situatie dan de foto van Day laat zien, net als in het verslag dat hij samen met Sims had opgesteld. Kortom: de foto van Day geeft niet de oorspronkelijke situatie weer en dat betekent dat de politie van Dallas (lees: Captain Fritz?) de plaats delict had vervuild, door dozen en papier aan de kant te leggen, zodat het geweer beter in beeld kwam.

Sims ging, zowel in zijn verslag als in zijn verhoor, zo ver als hij kon gaan, zonder zijn baas af te vallen. Hij kon immers moeilijk zeggen dat Captain Fritz (voor de tweede keer die dag) de plaats delict had vervuild. Het was aan Belin en Ball om daar meer duidelijkheid over te krijgen, door aan Sims en de andere agenten te vragen of Fritz het papier en de dozen had verplaatst. Tijdens de verhoren van de agenten concentreerden Ball en Belin zich op de positie van het geweer. Dat de situatie rond het wapen was veranderd (en Day’s foto dus niet de werkelijke situatie weergaf) wisten ze al voor de verhoren waren begonnen. Vermoedelijk waren Ball en Belin al lang tevreden dat niemand het wapen had verschoven, zodat ze Day’s foto konden accepteren. De conclusie van het Warren Rapport, dat er niets aan de plaats delict was veranderd, is dus onjuist.

Het Warren Rapport besteedt geen aandacht aan het feit dat het geweer goed verstopt was. Toen David Belin probeerde te bepalen hoeveel tijd het Oswald gekost moet hebben om de lunchroom te bereiken, ging hij er van uit dat het geweer niet was verstopt, maar ergens haastig was neergezet. Daar werd geen tijd voor gerekend, zodat hij Oswald wat eerder in de lunchroom kon laten arriveren.

Probleem voor Belin was dat de reconstructie al op 20 maart 1964 was uitgevoerd, dus voordat de agenten werden verhoord. Tijdens die verhoren werd pas duidelijk dat het geweer aan alle kanten door stapels dozen was omgeven. Het ligt voor de hand dat Belin en Ball mede daarom de  getuigenverklaringen negeerden. Anders hadden zij niet alleen in hun rapport moeten constateren dat de politie van Dallas fouten had gemaakt, maar ook de reconstructie moeten herzien. In hun ogen zou dat de zaak nodeloos ingewikkeld hebben gemaakt. De manier waarop beide heren met de waarheid omgingen is even wennen, maar dus wel te verklaren. Als zij de correcte werkwijze hadden toegepast, is het de vraag of ze Oswald nog steeds zo gemakkelijk als dader hadden kunnen aanmerken.

Bronnen

Literatuur: Warren Report p.79 en op p. 142 een kleine foto van de plek waar het geweer was gevonden; Harold Weisberg, Whitewash: The Report on the Warren Report (1965), m.n. p. 31-35; Sylvia Meagher, Accessories After the Fact: The Warren Commission, The Authorities & The Report (New York 1992; orig. 1967); Harold Roffman, Presumed Guilty: Lee Harvey Oswald in the Assassination of President Kennedy (Cranbury 1975), m.n. p. 212-215; Gary Savage, JFK First Day Evidence (Monroe 1993); Connie Kritzberg, Secrets from the Sixth Floor Window (Tulsa 1994); Donald Thomas, Hear No Evil: Politics, Science & The Forensic Evidence in the Kennedy Assassination (New York 2010); Sherry P. Fiester, Enemy of the Truth: Myths, Forensics, and the Kennedy Assassination (Southlake 2012), m.n. p. 1-33; Flip de Mey. Cold Case Kennedy (2013); Barry Ernest, The Girl on the Stairs: The Search for a Missing Witness to the JFK Assassination (Gretna 2018).

Verhoren: Luke Mooney (3H 281-291 – 25 maart 1964); Eugene Boone (3H 291-295 – 25 maart);  Seymour Weitzman (7H 105-109 – 1 april); Roger Craig (6H 260-273 – 1 april); Robert C.W.  Brown (7H 246-251 – 3 april); Elmer Boyd (7H 119-137 – 6 april); Studebaker (7H 137-149 – 6 april); Richard Sims (7H 158-186 – 6 april); J.W. Fritz (4H 202-249 – 22 april); J.C. Day (4H 249-278 – 22 april). Deze verhoren zijn eveneens op het internet te vinden.

Opmerking: Op 25 maart kregen Mooney en Boone de foto van Day (CE 716) te zien, net als Weitzman op 1 april. Weitzman’s verhoor begon ’s middags om 2.15 en duurde niet lang. Craig’s verhoor begon meteen na dat van Weitzman: op 1 april om 2.35. Aan Craig werd Day’s foto niet getoond en evenmin aan Sims op 6 april. Mooney en Weitzman hadden gezegd dat hun beeld van de situatie anders was dan de foto weergaf. Toen Craig (op 1 april) en Sims (op 6 april) de plaats delict eveneens anders weergaven dan Day’s foto, hadden Ball en Belin daarom besloten de foto aan Craig en Sims niet te laten zien? Het kan ook toeval zijn: soms kun je te diep spitten.

Foto’s 5e verdieping: De hier opgenomen foto’s zijn met dank ontleend aan de uitstekende beeldbank van de University of North Texas: The Portal to Texas History. Overigens werd alleen Afbeelding 3 in de bijlagen van het Warren Rapport opgenomen. Ook de foto van William Allen (Afb. 9) is van deze beeldbank afkomstig: ze komt niet voor in de bijlagen van het Warren Rapport.

Rapport Politie van Dallas: CE 2003, 24H p. 195-404.

Herkomst afbeeldingen:

afb. 1: (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth340211/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

afb. 2:

https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth49453/m1/1/?q=6th%20floor%20police%20Dallas: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

afb. 4:

 (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth337263/m1/1/?q=%20Sixth%20Floor%20of%20Texas%20School%20Book%20Depository:  University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

afb. 5:

(https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth340363/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

afb. 8:

https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth338551/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.afb. 9: (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth184774/m1/1/?q=%20Sixth%20Floor%20of%20Texas%20School%20Book%20Depository: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting The Sixth Floor Museum at Dealey Plaza.

Plan voor de volgende delen

  • deel 13: Reconstructie door de Warren Commissie van de tijd die het Baker en Truly gekost zou hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (verwachte publicatiedatum: januari 2025)
  • deel 14: Reconstructie van de tijd die het Baker en Truly in werkelijkheid gekost moet hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (februari 2025)
  • deel 15: Reconstructie door de Warren Commissie van de tijd die het Oswald gekost zou hebben om van de 5e verdieping de lunchroom te bereiken.
  • deel 16: Reconstructie van de tijd die het Oswald moet hebben gekost om van de 5e verdiepingen de lunchroom te bereiken.
  • deel 17: Vondst van de papieren zak (waarin het geweer door Oswald meegenomen zou zijn) op de 5e verdieping.
  • deel 18: Het ontbrekende uur: Oswald op het politiebureau te Dallas tussen 2 tot 3 uur op vrijdagmiddag 22 november 1963.
  • deel 19: Verhoor van Oswald op 22, 23 en 24 november 1963.