De moord op president Kennedy, deel 1: Op een zonnige dag in Dallas
Leestijd: 13 minuten
Leeswijzer: De illustraties geven samen met de onderschriften de essentie van het verhaal weer
Dallas – vrijdag 22 november 1963
Het had op 22 november 1963 ’s ochtends nog geregend in Dallas, maar gaandeweg knapte het weer op. Op verkiezingstournee in Texas deed Kennedy ook Dallas aan, in grootte de tweede stad van Texas met destijds 700.000 inwoners. Na aankomst op het vliegveld trokken Kennedy en zijn gevolg in een stoet auto’s naar het gebouw in Dallas waar de president een toespraak zou houden.
In het van weekend 22 tot 24 november werden er in Dallas drie moorden gepleegd. Dat jaar waren er in Dallas al bijna 100 moorden gepleegd. Het bijzondere was dat de eerste moord van dat weekend die van president Kennedy betrof, op vrijdag 22 november 1963 om 12.30 precies. Hij reed toen in open auto door Dealey Plaza. Drie kwartier later werd er ook een agent vermoord, J.D. Tippit. Twee dagen daarna volgde de derde moord. De 24-jarige Lee Harvey Oswald, die van beide moorden was beschuldigd, werd op zondag door nachtclubeigenaar Jack Ruby doodgeschoten, nota bene in het politiebureau van Dallas in aanwezigheid van 70 politieagenten. Geen beste beurt voor de politie van Dallas. En dat terwijl ze er toch zo trots op waren dat ze binnen anderhalf uur de moordenaar van zowel Kennedy als Tippit hadden gearresteerd. Dat was inderdaad een prestatie als je bedenkt dat het merendeel van de in Dallas gepleegde moorden in 1963 onopgelost bleef.

De stoet van president Kennedy draaide vanuit Houston Street Dealey Plaza op. Daartoe moest een bocht van 120 graden worden genomen, waardoor de auto van Kennedy extra langzaam moest rijden en dus een gemakkelijk doelwit werd voor een ervaren schutter. Volgens het Warren Report zou Lee Oswald vanuit de 5e verdieping van het Texas School Book Depository Building (Schoolboekengebouw, helemaal links op de foto) met een oud Italiaans legergeweer drie maal op Kennedy hebben geschoten.
De maandag daarna, op 25 november, werden zowel president Kennedy als Lee Oswald begraven. Bij gebrek aan nabestaanden werd de kist van Oswald door journalisten ten grave gedragen. De begrafenis van president Kennedy werd daarentegen wereldwijd door de televisie uitgezonden. In Drachten zaten mijn vriendje en ik als negenjarigen in het huis van de oma van mijn vriendje huilend naar die tv uitzending te kijken.
Lee Harvey Oswald
Als je op de Engelstalige Wikipedia zoekt op “Lee Harvey Oswald” krijg je – anders dan op de Nederlandse versie – meteen de vermelding dat hij de moordenaar was van president John F. Kennedy. Wikipedia houdt vast aan de conclusies van het Warren Report uit 1964, samengesteld door de Warren Commissie. Deze commissie moest in opdracht van president Johnson de moord op zijn voorganger onderzoeken. Over dit Warren Report is al bijna zestig jaar lang een verhit debat aan de gang tussen believers (die het Warren Report verdedigen) en de critici van het rapport. In deze serie blogs gaat het over de vraag hoe de Warren Commissie er toe kwam om Lee Harvey Oswald als moordenaar van Kennedy te brandmerken.
Lee Oswald werd in 1939 geboren in New Orleans. Al op 17 jarige leeftijd nam hij dienst bij de Marine, maakte zijn high school toen alsnog af en werd op een Amerikaanse basis in Japan opgeleid tot radaroperator. Merkwaardig was dat Oswald tijdens zijn diensttijd – op het hoogtepunt van de Koude Oorlog en tijdens de naweeën van het McCarthyisme – zich ongestoord kon verdiepen in het Marxisme en Russisch kon leren spreken en schrijven. Onder zijn dienstmaten kreeg hij als bijnaam “Oswaldovich”. Eind jaren ’50 was alles wat zelfs maar rook naar communisme en sympathie voor de Sovjet-Unie per definitie verdacht en helemaal, zou je zeggen, indien je als militair dergelijke opvattingen openlijk beleed.
In september 1959 kreeg hij eervol ontslag uit het leger en vertrok kort daarop naar de Sovjet Unie. Daar zou hij bijna 3 jaar blijven en een Russische vrouw, Marina, trouwen. Samen woonden zij in Minsk en kregen daar een dochter, June. Na bijna drie jaar keerde hij via Rotterdam per schip terug naar de Verenigde Staten, samen met Marina en June. Daarna had hij diverse tijdelijke, ongeschoolde banen in New Orleans en Dallas.
Marina en June kregen eind september 1963 een tijdelijk onderkomen in Irving (een voorstad van Dallas) bij een kennis van hen, Ruth Paine. Oswald kwam daar vanaf begin oktober 1963 in het weekend en verbleef door de week op kamers in Dallas. Half oktober 1963 kreeg Oswald een nieuwe, tijdelijke baan in het Texas Schoolbook Depository, een groothandel in schoolboeken. Vanuit dit gebouw zouden de schoten op president Kennedy zijn gelost. Eind oktober werd hun tweede dochter, Rachel, geboren. Op 24-jarige leeftijd had hij dus al veel meegemaakt en een groot deel van de wereld gezien.

(foto door L. Dakota; Dakota L., CC BY-SA 4.0 <https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0>, via Wikimedia Commons)
8.00: Aankomst bij het Schoolboekengebouw
Oswald reed op donderdagmiddag 21 november, na het werk, met een collega, Buell Frazier, mee naar Irving. Volgens het Warren Report met het doel om zijn geweer op te halen. In de garage van Ruth Paine lagen de meeste spullen van de Oswalds en volgens het Warren Report had daar ook zijn geweer gelegen, gewikkeld in een deken. De volgende ochtend reed Oswald met Frazier mee naar zijn werk in Dallas. Hij had toen een grote papieren zak bij zich, volgens Frazier ca. 60 cm lang. Wat er in de zak zat, vroeg Frazier. “Gordijnroedes” antwoordde Oswald. Marina en Ruth echter dachten beiden dat hij een dag eerder dan anders naar Irving was gekomen om de ruzie die hij eerder die week in een telefoongesprek met Marina had gemaakt, weer goed te maken. Echt een prater was Oswald nooit geweest, dus zou hij zoiets persoonlijks nooit aan Frazier hebben verteld.
Aangekomen op de plaats van bestemming, liep Oswald alvast naar het Schoolboekengebouw toe, terwijl Frazier nog in de auto zat.
“Het was de eerste keer dat Oswald niet samen met Frazier van de parkeerplaats naar de ingang van het gebouw liep.” (Warren Report, p. 133)
Dat is de voorstelling van zaken die het Warren Report geeft. In werkelijkheid bleef Frazier – zo vertelde hij in zijn verhoor voor de commissie – een paar minuten in de auto zitten om de motor stationair te laten draaien, zodat de accu werd opgeladen. Oswald had eerst even op hem gewacht, maar was toen toch maar doorgelopen. Daarover zwijgt het Report, om zo de indruk te wekken alsof Oswald wilde voorkomen dat Frazier het geweer in de gaten.
Volgens het Warren Report had in de zak die Oswald bij zich droeg het geweer gezeten, gedemonteerd, maar dan had de zak 30 cm langer moeten zijn dan Frazier zich herinnerde. Alhoewel Frazier tijdens de ondervraging dapper vasthield aan zijn indruk dat de zak slechts 60 cm lang was, concludeerde het Report dat zijn herinnering in dat opzicht onjuist was. In de loop van de ochtend zou Oswald onder het werk het geweer in elkaar hebben gezet, inclusief het telescoopvizier. Volgens de FBI kon dat allemaal met behulp van een schroevendraaier in 2 minuten. Een deskundige van de FBI merkte in zijn verhoor voor de Warren Commissie overigens op dat als je het telescoopvizier wilde gebruiken nadat je het geweer in elkaar had gezet, je eerst een paar keer moest inschieten. Die kans kreeg Oswald dus niet, maar in het Warren Report wordt deze kwestie genegeerd.

(Bron foto: Warren Report p.82)
12.30: In het schoolboekengebouw
Volgens het Warren Report zou er vanuit een raam op de 5e verdieping van het gebouw op Kennedy zijn geschoten. Verschillende getuigen hebben inderdaad iemand met een geweer voor het bewuste raam gezien, maar het is dus de vraag of dat Oswald was. Op die verdieping was net de hele ochtend een ploeg bezig geweest om een nieuwe vloer te leggen. Om voldoende ruimte te hebben voor het leggen van de vloer had men alle boekendozen naar één kant verplaatst, vrij dicht op de ramen van het gebouw. De dozen werden zo veel mogelijk boven op elkaar gezet. Tussen de ramen en dozenwand bleef een halve meter over. Vanuit het raam was er goed uitzicht op Elm Street, waar de auto van Kennedy langs zou rijden. Zo was er voor de schutter een ideale plek ontstaan om onbespied z’n werk te kunnen doen. Deze plek zou bekend worden als het sluipschuttersnest. Van 12.00 tot 12.45 was er in het gebouw lunchpauze, dus kwam dat met het bezoek van Kennedy goed uit. Die zou om 12.25 het gebouw passeren en iedereen kon dan kijken.

(Bron foto: Warren Report p. 80)
Vlak naast dat sluipschuttersnest, met alleen een laag muurtje van dozen er tussen, zat echter een collega van Oswald, Bonnie Ray Williams, te lunchen. Volgens Williams zat hij daar tot 12.15 of 12.20. De schutter moest dus wachten tot Williams daar weg was, of – als hij er al zat – zich wel heel erg rustig hebben gehouden. Williams zei namelijk desgevraagd dat hij tijdens zijn lunch niemand op die verdieping had gezien en ook niets had gehoord. Pas toen Williams verdwenen was, kon de schutter zich gereed maken. Gelukkig voor de schutter liep de stoet van Kennedy vijf minuten achter op schema: die zou pas om 12.30 plaatselijke tijd het gebouw passeren. Toen klonken er binnen zes seconden drie schoten. Kennedy werd in de rug en in het hoofd geraakt en in ijltempo naar Parkland Hospital gebracht, maar het mocht niet baten: om 13.00 werd hij officieel doodverklaard.
12.32: Baker, Truly and Oswald in the lunchroom
Terwijl hij het geweer en drie hulzen op de 5e verdieping netjes liet liggen, rende Oswald volgens het Warren Report de trap af en kwam in de lunchroom op de 1e verdieping een motoragent tegen. Deze agent, Marrion Baker, was meteen na het eerste schot het gebouw binnengestoven, na zijn motor aan de kant te hebben gezet. Baker had de duiven van het dak zien opvliegen en dacht de schutter op het dak zat. De bedrijfsleider van het gebouw, Roy Truly, had hem het gebouw binnen zien rennen, en rende met hem mee om hem de weg in het gebouw te wijzen.

Eerst probeerden ze de lift, maar die stond vast op de 5e of 6e verdieping, dus wees Truly aan waar de trap was. Samen renden ze de trap op en vanuit een ooghoek zag Baker toen iemand in de lunchroom op de eerste verdieping. Dat was Oswald. Baker kwam met getrokken revolver op hem af en vroeg Truly of hij de man kende. “Ja” zei Truly “dat is een werknemer van mij.” Waarop Baker en Truly snel verder gingen naar boven toe. Pas na een paar maanden vroeg de Warren Commissie zich af of Oswald, na de schoten te hebben gelost, eigenlijk wel voldoende tijd had gehad om Baker en Truly, in de lunchroom tegen te kunnen komen. Daartoe voerden zij een ‘reconstructie’ uit, die in een volgende blog wordt besproken.
12.33-13.00 Oswald op de vlucht?
Oswald hoorde dat er die dag niet meer gewerkt zou worden en besloot daarom naar huis te gaan. Volgens het Warren Report was hij op de vlucht. Toen Oswald om 12.33 naar buiten liep, kwam hij twee journalisten tegen die hem vroegen of er in het gebouw een telefoon was. Die was er zei Oswald en wees hen naar de ingang van het gebouw. Vervolgens nam hij de bus. Er ging een gejoel op toen dit op de persconferentie door de politie werd meegedeeld. Dit was de eerste keer, zo merkten de aanwezige journalisten op, dat een misdadiger het stedelijk busbedrijf als vluchtauto had gebruikt.
Omdat de bus in het drukke verkeer maar langzaam vooruit kwam, nam Oswald voor het eerst in zijn leven een taxi, wat hem bijna een compleet uurloon kostte: één dollar. Volgens zijn hospita, mevr. Roberts, kwam hij daar om ca. 13.00 aan. “Jij hebt ook veel haast” had ze tegen hem gezegd, waarop ze wat gemompel terugkreeg. Zoals gezegd was Oswald geen grote prater. Hij had inderdaad haast: een paar minuten later had hij zich op zijn kamer omgekleed en ging hij weer naar buiten. Het laatste wat mevr. Roberts van hem zag was dat hij bij de bushalte stond te wachten. De haast van Oswald is trouwens niet te verklaren uit het feit dat hij op tijd in de bioscoop wilde zijn. Daar kwam hij (vermoedelijk) pas drie kwartier later aan. Zoveel tijd nam de wandeling daar naar toe niet.
13.15: Moord op J.D. Tippit
Om ongeveer kwart over één (de exacte tijd is niet bekend) werd agent J.D. Tippit vermoord, net nadat hij uit zijn auto was gestapt om met een voorbijganger te praten. Net als bij ‘de vlucht op de trap’ had de Warren Commissie de tijd gemeten die het kostte om van Oswald’s kamer naar de plek te lopen waar Tippit was vermoord. Ook hier had Oswald verdacht weinig speling, maar volgens de commissie kon het precies. Natuurlijk scheelde het dat de tijd van vertrek uit het huis van mevr. Roberts niet precies bekend was en dat gold ook voor het tijdstip van de moord op Tippit. Door de interval daartussen wat op te rekken en Oswald wat harder te laten lopen, was het de Commissie gelukt hem tijdig ter plaatse te krijgen.

(bron foto: deel 17 van de bijlagen van het Warren Report, p.228.)
De schutter had meteen na de moord op Tippit terwijl hij wegliep de hulzen uit zijn pistool geschud. Netjes van hem: zo konden ze keurig worden gevonden. Eén van de ooggetuigen vond er twee die hij in een sigarettendoosje aan een van de agenten gaf. Terwijl de agenten aan het zoeken waren deden twee vrouwen, die de schutter hadden gezien, dat ook en zij vonden nummer drie. Toen zij later die middag werden opgehaald om te zien of ze Oswald in een line-up konden identificeren (en dat konden ze), overhandigden zij een vierde huls die ze hadden gevonden nadat de politie de plaats delict al weer had verlaten. Van de vier hulzen had de politie er dus zelf niet één gevonden. Op 22 november werden er ’s middags een aantal line-ups gehouden om na te gaan of ooggetuigen Oswald als schutter zou kunnen herkennen. Over die line-ups gaat deel 6 van deze serie.
14.00: Arrestatie van Oswald
De vrijheid van Oswald eindigde in het Texas Theater, een bioscoop. Johnnie Brewer, een werknemer van een schoenenwinkel, zag Oswald om 13.40 wat paniekerig bij hem in de etalage kijken, met zijn rug naar de straat waar toen net heel veel politieauto’s met loeiende sirene langs reden. Toen de auto’s waren verdwenen, liep Oswald verder. Volgens Brewer had Oswald één keer iets bij hem gekocht en dus kwam hij hem bekend voor ook al kende hij diens naam niet. Omdat Brewer op de radio had gehoord dat er een agent dichtbij was doodgeschoten, ging hij al snel achter Oswald aan. Hij zag hem zonder een kaartje te kopen de bioscoop binnen gaan. Brewer sprak de kaartjesverkoopster aan (die Oswald niet had gezien) en zei dat ze de politie moest bellen omdat Oswald zich verdacht gedroeg. Die politie was verrassend snel in grote getale aanwezig. Brewer wees in de bisocoop aan waar Oswald zat en toen de agent op hem af liep en vroeg om op te staan, sloeg Oswald hem. Vervolgens liep Oswald met zijn hoofd tegen de vuist van de agent op, zoals die agent dat later zou formuleren.

(bron foto: www.history-matters.com en www.en.wikipedia.org)
Bewijzen tegen Oswald
Oswald werd op de avond en nacht van 22 november officieel in staat van beschuldiging gesteld van zowel de moord op president Kennedy als die van agent Tippit. Welke bewijzen waren er die voor zijn schuld pleitten? We beperken ons tot de moord op Kennedy.
In de eerste plaats was het geweer dat op de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw was gevonden (naar alle waarschijnlijkheid, niets is zeker in dit dossier) eigendom van Oswald. Volgens het Warren Report was dit geweer een Mannlicher Carcano. Maar de beide agenten die het geweer hadden gevonden, zeiden dat het een Duits geweer was, een Mauser. Volgens de Commissie hadden zij zich vergist. De FBI liet overigens na om te controleren of er roest in de loop van het geweer zat. In de woorden van FBI deskundige Frazier (niet te verwarren met Oswald’s collega):
“I did not examine it for that.” (deel 3 van de bijlagen van het Warren Report, p.395).
En dat is heel jammer: immers als er roest in de loop had gezeten was er op 22 november niet met het geweer geschoten en kon Oswald de moord niet hebben gepleegd.
In de tweede plaats waren de drie hulzen die voor het bewuste raam waren gevonden afkomstig van Oswald’s geweer. Maar door de slordige manier waarop de politie van Dallas met die hulzen was omgegaan (de hulzen werden zonder door de vinders te zijn gemerkt in een open envelop gestopt) kunnen ze zijn verwisseld. Voor Nederlandse begrippen (denk aan de aloude leuze dat de politie je beste vriend is) lijkt zoiets wat raar. Maar de politie van Dallas had, vooral als het om ‘cop-killers’ ging, destijds wel vaker eigen ‘bewijs’ gefabriceerd. Zie voor een voorbeeld daarvan: Randall Adams, Adams v. Texas.
In de derde plaats waren de beide kogelfragmenten die in de auto van Kennedy waren gevonden afkomstig van het geweer van Oswald. En dat gold ook voor de praktisch nog geheel gave kogel die op een brancard (onduidelijk was welke brancard dat was geweest) in Parkland Hospital was gevonden. Daar waren Kennedy en Connally (de gouverneur van Texas), die vlak voor Kennedy in de auto had gezeten en ook was geraakt, naar toe gebracht. Ook die kogel was (ooit) met de Mannlicher Carcano van Oswald afgeschoten. Maar omdat er met de beide fragmenten en de complete kogel nogal slordig was omgesprongen, is er van deze vondsten geen bewijsketen. Dat betekent dat verwisseling niet uitgesloten kan worden.
Over de gave kogel die in het ziekenhuis was gevonden, is een discussie op zich ontstaan. CE 399, zo heet de kogel officieel, had volgens het Report zowel het lichaam van Kennedy als dat van Connally doorboord. Bij Connally was een rib weggeslagen en het polsgewricht vernield. Desondanks zag de kogel er gaaf uit en had hij praktisch niets van zijn oorspronkelijk gewicht verloren. Vandaar de bijnaam die de kogel van critici van het Warren Report heeft meegekregen: the magic bullet.
Slot
Gesteld dat er niet met het bewijsmateriaal was geknoeid (en ook al had de FBI het geweer niet goed onderzocht) lijkt het vrijwel zeker dat er die dag met het geweer van Oswald was geschoten. Maar door wie? De enige kennis die Oswald onder zijn collega’s had, was degene met wie hij een aantal malen had meegereden: Buell Wesley Frazier. Frazier neemt het in zijn autobiografie uit 2021 voor hem op. Volgens hem was Oswald – voor zover hij hem kende – niet in staat iemand kwaad te doen. (Frazier, Steering Truth, p. 161).
Omdat het geweer sinds eind september in de garage van Ruth Paine in Irving had gelegen, is het mogelijk dat iemand anders het geweer uit de garage had gehaald, het stiekem het Schoolboekengebouw had binnen gesmokkeld, er mee op Kennedy had geschoten, op de plaats delict zowel de hulzen als het geweer netjes had laten liggen, om vervolgens te verdwijnen. Juist daarom was een grondige en eerlijke reconstructie van Oswald’s alibi van groot belang. Die reconstructie wordt als voorbeeld van de werkwijze van de Warren Commissie in een volgende blog besproken.
Bronnen:
Warren Report (1964); Hearings before the President’s Commission on the Assassination of President Kennedy (1964, 26 delen); Randall Dale Adams, Adams v. Texas (New York 1991); Buell Wesley Frazier, Steering Truth (2021).
Leeswijzer:
Nog steeds de klassieker: Mark Lane, Rush to Judgement (1966), in het Nederlands vertaald onder de titel Pleidooi voor de waarheid en antiquarisch gemakkelijk te verkrijgen. Daarnaast een andere klassieker: Sylvia Meagher, Accessories After the Fact (1967), die het Warren Report kritisch en gedetailleerd bij langs gaat. Howard Roffman richt zich in Presumed Guilty (1975) vooral op de vraag of Lee Harvey Oswald de moordenaar van president Kennedy was (volgens hem niet) en is daarom als overzichtelijke inleiding een echte aanrader. Dat geldt ook voor Flip de Mey, Cold Case Kennedy. Een nieuw onderzoek naar de moord op JFK (2013). Dit is verreweg het beste boek dat in het Nederlandse taalgebied is verschenen over de moord op president Kennedy.
Verder: Gerald D. McKnight, Breach of Trust: How the Warren Commission Failed the Nation and Why (2005) die de werkwijze van de Warren Commissie heeft onderzocht en op grond daarvan Oswald vrij pleit. Donald B. Thomas, Hear No Evil (2010), 700 pagina’s grondige analyse, maar niet steeds gemakkelijk te lezen. Twee verdedigers (believers) van het Warren Report: Larry Sturdivan, The JFK Myths: a Scientific Investigation of the Kennedy Assassination (2005) en Victor Bugliosi, Reclaiming History (2007). Dit laatste boek telt, inclusief het zeer uitvoerige notenapparaat, maar liefst 2.500 pagina’s, dus weet waar je aan begint.
Tot slot de beide boeken van de enige nog in leven zijnde onderzoeker die vanaf het begin aan de verhitte discussie heeft deelgenomen: Josiah Thompson, Six seconds in Dallas (1967) en Last Second in Dallas (2021). Volgens Thompson is er ook vanuit de zgn. grassy knoll, een verhoogd stuk grond begroeid met gras dat grensde aan Elm Street, op president Kennedy geschoten. Dat was nu net de plek waar de meeste mensen, zowel politieagenten als burgers, na de schoten het eerst naar toe renden. Twee schutters: dan was er dus sprak van een complot.
Plan voor volgende blogs:
deel 2: Oswald op de trap – de reconstructie door de Warren Commissie
deel 3: Warren Commissie en de machtselite
deel 4: Hoe onderzoek je (niet) een plaats delict?
deel 5: De papieren zak of hoe de Warren Commissie met bewijs omging
deel 6: Line-ups of hoe de Warren Commissie met bewijs omging
deel 7: Lee Harvey Oswald verhoord
