Samuel Sewall: een heksenrechter die spijt kreeg?
Leestijd: 9 minuten
Samuel Sewall: held of hufter?
Samual Sewall (1652-1730) was zakenman, landbezitter en lid van een streng puriteinse kerkgemeenschap. Dankzij zijn huwelijk was hij een rijk man geworden. Meer dan 30 jaar was hij ook nog eens rechter in Boston, een havenstadje in één van de Britse koloniën in Amerika, met rond 1700 ca. 10.000 inwoners. Ondanks zijn drukke werkzaamheden zag Sewall kans om 40 jaar lang een uitgebreid dagboek bij te houden. Maar de meeste bekendheid (of: beruchtheid) kreeg Sewall als lid van de rechtbank die in 1692 meer dan 20 onschuldige mensen wegens hekserij ter dood veroordeelde.
Vijf jaar later betuigde Sewall – als enige van de rechters – publiekelijk spijt voor zijn deelname aan deze gerechtelijke moorden. Juist daarom wordt Sewall in twee vrij recente biografieën als held gekenschetst. ‘Sorry’ is immers één van de moeilijkste woorden om uit te spreken, zowel in het Nederlands als in het Engels.
Tot zover is het een duidelijk verhaal. Maar in Sewall’s dagboek is – ondanks de uitvoerigheid daarvan – bijna niets over gang van zaken van de heksenprocessen te vinden. Schaamde hij zich voor wat hij had gedaan? Maar waarom dan toch meegedaan? Dat komt in de verwoording van de excuses evenmin aan de orde. En vanwaar die excuses en waarom pas na vijf jaar? Ook dat blijft duister. Was hij inderdaad een held omdat hij in het openbaar zijn excuses had aangeboden?
Heksenwaan in Salem in de zomer van 1692
De heksenwaan was vrij onschuldig begonnen met tienermeisjes die in het stadje Salem (een stadje ten noorden van Boston) experimenteerden met zwarte magie en handlezen. Toen volwassenen hun spelletjes serieus bleken te nemen en het als hekserij bestempelden, kwamen de meisjes in de problemen. Om onder de druk uit te komen zeiden zij dat ze slachtoffers waren van hekserij. Maar dan moesten ze wel namen noemen van personen (‘heksen’) die hen hadden overgehaald om mee te doen.

Steeds meer namen werden genoemd. Uiteindelijk leidde dit tot de arrestatie van honderden mensen die van hekserij werden verdacht. Zij werden letterlijk in de boeien geslagen en opgesloten in kelders die vergeven waren van ratten. Doordat er vaak ook martelingen volgden, bekenden de meeste verdachten dat ze inderdaad heks waren. Als je namelijk bekende heks te zijn, werd je niet opgehangen: bekering was in dat geval immers mogelijk. Maar de meer dan 20 mensen die de martelingen doorstonden en niet aan de waanzin meededen, werden gerechtelijk vermoord. Daarbij kwam dat een veroordeling al kon volgen als iemand zei dat een bepaalde verdachte aan hem of haar als ‘heks’ in de vorm van een geestverschijning was verschenen. Het bestaande recht erkende dergelijk merkwaardig bewijs niet, maar de rechtbank baseerde de veroordelingen daar desondanks op.
Wilde de rechtbank zo’n geestverschijning als bewijs aannemen, dan moesten er minstens twee getuigen zijn. En die waren er steevast. De verhoren van de verdachten vonden namelijk plaats in het openbaar, waarbij ook de oorspronkelijke ‘slachtoffers’ van de hekserij aanwezig waren. Deze jonge meisjes bleven – noodgedwongen – rolvast: als één van hen zei dat een bepaalde verdachte als geest aan haar was verschenen, werd die beschuldiging al snel hysterisch (met gekrijs) door anderen ondersteund. Sewall’s biograaf Richard Francis stelt dat het jammer was dat Puriteinen geen ervaring met toneel hadden (dat werd als goddeloos gezien), anders hadden ze het toneelspel van de tienermeisjes misschien wel doorzien.
Mannen konden eveneens als heks worden terechtgesteld. Dat ondervond George Burroughs, die samen met Sewall op Harvard had gestudeerd en korte tijd predikant was geweest in Salem. Ook hij viel ten prooi aan de heksenjagers: in mei 1692 werd hij gearresteerd. Toegegeven, hij sloeg zijn beide vrouwen en hield er voor puriteinse begrippen een wel erg ruim geloof op na. Toen hem tijdens het process werd gevraagd wanneer hij voor het laatst aan het Avondmaal (als kerkelijk ritueel) had deelgenomen, antwoordde hij zich dat niet te kunnen herinneren. Daarmee maakte je natuurlijk geen goede sier in het puriteinse Boston. In augustus werd hij opgehangen omdat hij niet wilde bekennen. Sewall stemde voor de doodstraf van zijn oude studiegenoot, maar woonde diens executie niet bij. De heksenvervolgingen stopten pas toen meer leden van de elite werden beschuldigd zich met hekserij in te laten.

Waarom meegedaan met de waan van de dag?
Wat kun je ter verdediging van Sewall aanvoeren? Vaak wordt gesteld dat Puriteinen nu eenmaal geloofden in het kwade werk van de duivel. Dat de duivel mensen kon aanzetten om voor hem te gaan werken en dus heks werden. De heksenprocessen zouden daarvan een logisch gevolg zijn. Dat excuus gaat echter maar zeer ten dele op: velen waren het niet eens met de manier waarop de rechtbank te werk ging.
Zo ondertekenden in juli 1692 meer dan 50 inwoners van het dorpje Andover een brief aan de rechtbank waar Sewall lid van was. In de brief stelden ze dat de in hun dorp woonachtige vrouwen die van hekserij waren beschuldigd, geen heks waren, ook al hadden ze bekend. Juist omdat je werd vrijgelaten als je had bekend, was dit voor veel mensen – zo stond in de brief te lezen – een te grote verleiding om dan maar te bekennen. Het was dapper van deze mensen om zo’n brief te schrijven, omdat opkomen voor ‘heksen’ er toe kon leiden dat je zelf van hekserij werd beschuldigd. Als zij als buitenstaanders al in de gaten hadden dat de processen niet deugden, waarom zag Sewall dat dan niet? Waarom trok hij zich niets aan van die kritiek?
Sterker nog, één van de negen rechters, Nathaniel Saltonstall, was – in tegenstelling tot Sewall – in juni 1692 uit protest afgetreden omdat hij een afkeer had gekregen van de rechtsverkrachting. Vooral het zogenaamde bewijs van de geestverschijningen stuitte hem tegen de borst. In de periode eind mei tot midden juli (de periode waarin de heksenprocessen op hun hoogtepunt waren) maakte Sewall geen dagboekaantekeningen – dus ook het aftreden van Saltonstall wordt niet door hem vermeld. Dat de jacht op heksen een plaatselijk fenomeen was bleek eens te meer toen ene Mrs. Cary – door Sewall c.s. als heks veroordeeld en in de boeien geslagen – er in slaagde te ontsnappen en naar New York vluchtte. Daar aangekomen, heette de gouverneur van die staat haar persoonlijk hartelijk welkom.
Ook Sewall’s huispredikant, Samuel Willard, keerde zich in de nazomer van 1692 in woord en geschrift tegen de heksenprocessen, terwijl hij daar aanvankelijk nog achter stond. Er was voor Sewall dus alle reden daarover eens een diepgaand gesprek met hem te voeren. En gelegenheid daartoe was er ook: Willard kwam vaak bij hem over de vloer. Misschien heeft zo’n gesprek wel plaatsgevonden, maar in de dagboeken van Sewall is daar van geen spoor te vinden.
De meest waarschijnlijke reden van Sewall’s meegaand gedrag zal de groepsdruk zijn geweest die op hem werd uitgeoefend. Een groepsdruk die des te sterker was vanwege het karakter en de leeftijd van William Stoughton, de voorzitter van de rechtbank. Deze Stoughton kende geen enkele twijfel, was zeer zeker van zichzelf en ook nog eens twintig jaar ouder dan Sewall, die daardoor tegen hem opgekeken zal hebben.
Waarom excuses aangeboden?
Sewall’s openbare spijtbetuiging kwam niet uit de lucht vallen. Voor Sewall was 1696 een zwaar jaar geweest. In het jaar na de heksenprocessen was een pas geboren dochtertje van Sewall overleden, nog geen maand oud. In mei 1696 kwam een zoontje dood ter wereld. Eind december van dat zelfde jaar kregen Sewall en zijn vrouw een volgende klap te verwerken: Sarah – ze was net twee jaar geworden – werd ernstig ziek en het ging zo snel bergafwaarts met haar dat Sewall en zijn vrouw Hannah (die ook erg ziek was) er niet bij waren toen ze overleed. De kinderjuffrouw had geen tijd meer gehad om hen te waarschuwen: Sarah stierf in haar armen.
Daar kwam nog bij dat Sewall het vermoeden had dat hij door zijn huispredikant Samuel Willard op afstand werd gehouden. Tijdens deze maanden werden Sewall en zijn vrouw namelijk door de predikant niet uitgenodigd voor het Bijbelgroepje, waar ze anders met zoveel plezier naar toe gingen. Dat was natuurlijk veel minder erg dan de beide sterfgevallen, maar deze vorm van sociale boycot maakte afgaande Sewall’s dagboekaantekeningen wel degelijk indruk.
Tegen deze achtergrond gaf Sewall op zondag 14 januari 1697, bij het binnenkomen van de kerk aan de dienstdoende predikant, Samuel Willard, een briefje met daarop zijn schuldbelijdenis. Willard las dat tijdens de dienst voor, waarbij Sewall het staande aanhoorde en aan het eind even zijn hoofd boog. Sewall’s schuldbelijdenis luidde als volgt:
“Samuel Sewall, zich bewust zijnde van de herhaalde slagen door God aan hem en zijn gezin gegeven; en zich bewust van de schuld die de Rechtbank van Salem op zich heeft geladen, (…) wenst daarvan de schuld en schande op zich te nemen en vergeving te vragen van de gemeenschap en wenst vooral dat men tot God voor hem gaat bidden om vergeving voor die zonde en al zijn andere zonden, (…) en dat God deze zonde niet hem of iemand van zijn gezin of het land aanrekent.” (Dagboek p. 367)
De ellende die Sewall was overkomen, werd door hem (en ook door Willard?) gezien als straf van God. Had Willard toch op hem ingepraat? Getuige de formulering van zijn boetedoening ging het Sewall niet om de waarheid boven water te krijgen, maar om verdere straffen van zijn Puriteinse God te voorkomen. Eerst noemde hij immers de slagen die God aan hem en zijn gezin had toegebracht en aan het eind sprak hij de hoop uit dat God hem en zijn gezin verder niet zou straffen voor zijn zonden in Salem begaan.

In januari 1697 liet Sewall door de predikant een briefje voorlezen met daarin zijn excuses voor de heksenvervolgingen uit 1692. Sewall was toen 44 jaar.
Dat hij als Puritein dacht dat God hem strafte voor zijn zonden door zijn kinderen weg te nemen is niet verwonderlijk. In de jaren ’80 dacht hij dat immers ook (zie de blog Loving Parents? deel 2), maar toen benoemde hij die zonden niet. Dat deed hij in 1697 wel, maar hij maakte niet duidelijk waarom hij dacht dat het juist zijn deelname aan de heksenprocessen was die God’s woede had opgewekt. Maar omdat Sewall noch in het openbaar, noch in zijn dagboek, uitleg geeft van de reden van zijn spijtbetuiging, blijven zijn werkelijke motieven onduidelijk.
In de zelfde maand (januari 1697) boden overigens ook de leden van de jury (Massachusetts kende net als Engeland juryrechtspraak) hun excuses aan. Zij deden dat i.t.t. Sewall zonder omhaal van woorden: “Wij vragen van harte vergeving aan u allen, die we onterecht hebben beledigd en verklaren dat geen van ons zulke dingen weer zullen doen.” Voor de leden van de jury pleitte trouwens dat zij al tijdens de processen soms hun aanvankelijke twijfels hadden uitgesproken, waarmee zij zich de woede van Stoughton, voorzitter van de rechtbank, op de hals hadden gehaald.
Goede mensen doen slechte dingen
Bij de publicatie van de biografie van Richard Frances werd in 2005 in de Times opgemerkt dat die biografie van Sewall duidelijk maakte dat “goede mensen slechte dingen doen”. Zo’n redenering verwordt echter al snel tot een woordenspelletje. Toegegeven, Sewall was de enige van de zittende rechters die zijn excuses aanbood. Maar als je uit lafheid met de meute meeloopt (welke reden blijft anders over voor Sewall’s daden?) en je biedt later om onduidelijke redenen je excuses aan, ben je dan een goed mens, laat staan een held?
Literatuur: M. Halsey Thomas (ed.) The Diary of Samuel Sewall 1674-1729 (2 vols. New York 1973); Peter Haining, Groot heksenboek, Amsterdam 1976 (orig.: An Illustrated Witchcraft (1975); David D. Hall, “The Mental World of Samuel Sewall”, Proceedings of the Massachusetts Historical Society Vol 92 (1980) p. 21-44 (gedownload van: www.jstor.org); Richard Francis, Judge Sewall’s Apology. The Salem Witch Trials and the Forming of a Conscience (London 2005); Eve LaPlante, The Life and Repentance of Samuel Sewall (New York 2007). Zie voor een uitgebreid overzicht van de heksenprocessen ook: www.salemwitchmuseum.com.
