De moord op President Kennedy, deel 7: Het onderzoek op de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw, 22-25 november 1963

11 augustus 2024 Uit Door Paul Th. Kok

Leestijd: 15 minuten

Leeswijzer: de illustraties geven samen met de onderschriften de kern van dit verhaal weer

Dallas, 22 november 1963 om half een

Op vrijdagmiddag om half één werd president Kennedy in Dallas vermoord. Terwijl hij achterin een auto zat, werd hij door een aantal geweerschoten geraakt. Het was niet meteen duidelijk waar de schoten vandaan kwamen. Veel agenten renden een met gras begroeid heuveltje op (sindsdien bekend als “grassy knoll”) dat aan een parkeerplaats en een spoorwegemplacement grensde.

Afbeelding 1: Overzichtsfoto Dealey Plaza. De stoet auto’s van president Kennedy draaide vanuit Houston Street Dealey Plaza op door een bocht van 120 graden te nemen (zie blauwe pijlen). Daardoor moest de auto van Kennedy extra langzaam rijden en werd zo een gemakkelijk doelwit voor een ervaren schutter. Volgens het Warren Rapport zou Lee Harvey Oswald vanuit de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw (met groot reclamebord midden links op de foto) drie maal op Kennedy hebben geschoten.

Al snel renden andere agenten het zes verdiepingen tellend Schoolboekengebouw binnen van waaruit geschoten zou zijn. Een aantal uitgeverijen van schoolboeken had hier hun boeken op de bovenste vier verdiepingen opgeslagen. Op de onderste verdiepingen hadden deze uitgeverijen hun kantoren. In totaal werkten er ongeveer 50 werknemers in het gebouw. Een deel van hen was ‘order filler’: zij liepen met bestellijsten de verdiepingen af om de gevraagde boeken bij elkaar te zoeken. Eén van hen was Lee Harvey Oswald, die daar sinds ruim een maand werkte.

Het gebouw werd al snel onderzocht en op de 5e verdieping vond men een half uur na de moord op Kennedy een door boekendozen omheinde plek (het ‘schuttersnest’) waar drie hulzen van geweerkogels lagen. Even later vond men ook een geweer, verstopt tussen boekendozen.

Het alibi van Oswald en het onderzoek op de 5e verdieping

Motoragent Marrion Baker was de eerste agent die het Schoolboekengebouw binnen rende. Samen met de manager van het gebouw, Roy Truly, rende hij de trap achter in het gebouw op en kwam op de eerste verdieping in de lunchroom Lee Harvey Oswald tegen. De vraag is nu of Oswald via de trap voor in het gebouw, naast de hoofdingang, op de begane grond, naar de lunchroom was gelopen. Of had hij de zelfde trap als Baker en Truly genomen? Die trap lag achter in het gebouw – zie afbeelding 2. Als Oswald de schutter op de 5e verdieping was geweest, had hij die trap moeten nemen om de naar lunchroom op de eerste verdieping te lopen.

Afbeelding 2: Plattegrond begane grond Schoolboekengebouw. De pijlen geven de route van Baker en Truly aan: van ingang naar de achtertrap. Rechts naast de ingang van het gebouw liep er een trap naar de eerste verdieping, die niet verder naar boven doorging. De vraag is nu hoe Oswald in de lunchroom was gekomen: via de trap vanaf de begane grond voor in het gebouw of kwam hij toch vanaf de 5e verdieping? Dan had hij de trap achter in het gebouw hebben genomen. Dat was echter ook de trap die Baker en Truly hadden gebruikt. Oswald zou in het verhoor op 22 november hebben gezegd dat hij vanuit de zgn. ‘dominoroom’ (gesitueerd in de rechterhoek achter in het gebouw op de begane grond) naar de lunchroom was gegaan om daar een flesje cola uit de automaat te halen. Bron: Warren Rapport, p. 148; route Baker en Truly door mij toegevoegd.

De Warren Commissie stelde door middel van een reconstructie vast dat Baker en Truly 75 seconden nodig hadden de lunchroom te bereiken. De vraag is nu of Oswald via de trap, die ook Baker en Truly hadden gebruikt, vanaf de 5e verdieping eerder dan hen de eerste verdieping had kunnen bereiken, dus binnen 75 seconden. Als het hem langer dan 75 seconden zou hebben gekost, kan hij dus niet via de achtertrap in de lunchroom zijn gekomen: dan zou hij immers pas na Baker en Truly in de lunchroom zijn aangekomen. Omdat hij wel in de lunchroom werd aangetroffen, moet hij in dat geval de trap op de begane grond rechts naast de ingang van het gebouw hebben gebruikt. Maar dat zou betekenen dat hij een alibi had en dus onmogelijk de moordenaar van president Kennedy kon zijn geweest.

Om de tijd die het Oswald zou hebben gekost om in de lunchroom te komen, te kunnen bepalen, hebben we antwoorden nodig op twee belangrijke vragen. Ten eerste: hoe snel kon Oswald met het geweer in zijn hand uit zijn schuttersnest te voorschijn komen? De tweede vraag luidt: kostte het hem veel tijd om het geweer te verstoppen? Oftewel: hoe zag de situatie op de 5e verdieping er rond één uur op vrijdagmiddag 22 november er uit? Die stond vol met zware boekendozen die mogelijk voor Oswald een hindernis vormden om snel weg te kunnen komen. Misschien geeft het door de politie van Dallas verrichte onderzoek op de 5e verdieping hierover duidelijkheid.

Hoe onderzoek je een plaats delict?

Sherry Fiester haalt in haar bespreking van het onderzoek een Amerikaans handboek voor politie uit 1953 aan, waarin wordt uitgelegd hoe zo’n onderzoek verricht dient te worden. Eerst moet dan de plaats delict worden veilig gesteld, zodat buitenstaanders niets aan de situatie kunnen veranderen. Daarna dienen er foto’s, een plattegrond en een gedetailleerde beschrijving van de plaats delict te worden gemaakt. Pas daarna mag er worden gezocht naar mogelijke sporen, zoals vingerafdrukken.

Deze werkwijze werd wereldwijd onderschreven. Zo gaf Moolenaar, hoofdcommissaris van Politie in mijn woonplaats Groningen, bijna exact dezelfde voorschriften in zijn Criminele Tactiek, een leerboek uit 1955 voor opsporingsambtenaren. Ook hij wijst er op dat de plaats van het misdrijf niet door onbevoegden mag worden betreden: dat noemt hij het ‘fixeren’ van de plaats delict. Tenslotte geeft Richard Jackson in Criminal Investigation een waarschuwing waarvan je wenst dat de rechercheurs in Dallas die in hun oor hadden geknoopt:

“In dit verband is er een gouden, onschendbare regel: verander nooit iets aan de positie van een voorwerp, raak het zelfs niet aan voor het nauwkeurig is beschreven en er een foto is genomen van de plek waar het lag. (…) Het is een natuurlijke impuls om elk ogenschijnlijk belangrijk voorwerp (bijv. iets dat de misdadiger heeft achtergelaten) aan te raken. Het wordt opgepakt en van plek veranderd, en pas achteraf wordt ingezien dat het voorwerp op zich geen betekenis heeft, maar dat alles afhangt van de plek waar het lag, een plek die dan niet meer kan worden vastgesteld.” Bron: Richard Jackson, Criminal Investigation (1962), p. 81-82.

Een nauwkeurig onderzoek van de plaats delict behoedt volgens Jackson de onderzoeker voor blunders. Niet alleen moeten er foto’s worden genomen en een plattegrond worden gemaakt. Ook het maken van een gedetailleerde beschrijving van de plaats delict is van essentieel belang.

Overspoelde plaats delict in Dallas

Werden op 22 november in Dallas de voorschriften uit de handboeken toegepast? De agenten die al enkele minuten na de moord op president Kennedy het Schoolboekengebouw in renden, wisten niet of de dader zich nog ergens in het gebouw bevond. Maar ook dan moest je er volgens de handboeken voor zorgen dat degenen die op zoek zijn naar de dader de situatie niet veranderden. Dat was op 22 november moeilijk, zo niet onmogelijk: er was aanvankelijk niemand die de leiding van het onderzoek op zich nam en behalve veel agenten waren er ook journalisten en persfotografen aanwezig. Volgens een rapport van de politie van Dallas waren er op de 5e verdieping nog meer mensen aanwezig: een agent van de FBI, een agent van de Secret Service (de dienst die verantwoordelijk was voor de veiligheid van de president), vijf werknemers van het Schoolboekengebouw en nota bene twee ambtenaren van de Belastingdienst. Rond half twee liepen er zo’n 75 agenten in het gebouw rond.

Kortom: de eigenlijke plaats delict (de 5e verdieping) werd nooit veilig gesteld. Fotograaf Alyea nam samen met één van de werknemers, William Shelley, zelfs deel aan de zoektocht. Van het gebouw zelf was de hoofdingang aan Elm Street weliswaar vrij snel afgesloten en werden de werknemers, die weer naar binnen wilden, door de politie tegengehouden. Maar via de achteringang kon Forrest Sorrels, agent van de Secret Service, het gebouw om ca. één uur (dus een half uur na de moord op Kennedy) zonder zich te legitimeren binnen komen: er stond daar geen agent op wacht. Eventuele schutters hadden het gebouw dus ongehinderd kunnen verlaten.

Captain Fritz op de 5e verdieping

Captain Fritz was al meer dan 30 jaar hoofd van de afdeling die de in Dallas gepleegde moorden onderzocht. Hij kwam om één uur aan bij het Schoolboekengebouw en werd al snel naar de 5e verdieping geroepen: er waren drie geweerhulzen gevonden. Fritz was de hoogste in rang op de plaats delict en dus verantwoordelijk voor het ‘fixeren’ van de situatie. Verantwoordelijkheid nam hij echter alleen toen hij de vindplaatsen van hulzen en geweer door agenten liet bewaken in afwachting van de politiefotografen, Carl Day en Robert Studebaker. Nadat de hulzen waren gevonden, kregen de agenten de opdracht om naar het geweer te gaan zoeken. Op dat moment waren er door Day en Studebaker nog maar drie foto’s genomen: alle drie van de plek waar de hulzen waren gevonden.

Afbeelding 3: Het ‘schuttersnest’: één van de drie foto’s die Day en Studebaker daarvan maakten. De drie hulzen liggen op de vloer. Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 17, p. 500; Commission Exhibit (CE) 716.

Een filmpje van Aleya laat zien welke capriolen de agenten uithaalden om het geweer te vinden: https://youtu.be/SsnIeaAWFfo (tussen 2 minuut 25 en 2 minuut 40). De reactie van iemand die het filmpje bekeek, is treffend: “how not to secure a crime scene” (hoe je een plaats delict niet veilig stelt). Daarbij komt nog dat op het filmpje ook een rokende agent is te zien. Naar aanleiding daar van merkt Flip de Mey terecht op dat het – gezien het brandbaar materiaal op de 5e verdieping – een wonder is dat het hele gebouw niet in vlammen is opgegaan. Niet voor niets hingen er op de hele verdieping bordjes met “NO SMOKING.”

Afbeelding 4: Het staat er toch heel duidelijk: NO SMOKING. Een dergelijk plakkaat hing op bijna elke steunpilaar. Deze agent rookt inderdaad niet, maar deze foto werd pas op 26 november genomen. De agent staat vlak bij de plek (links van hem, onder het bord ‘stairway’) waar vier dagen eerder het geweer had gelegen.

Toen het geweer was gevonden, werden ook daar twee foto’s van genomen. Een nauwkeurige plattegrond van de vijfde verdieping werd niet gemaakt, dat zou pas op maandag 25 november gebeuren. Een gedetailleerde beschrijving (zoals voorgeschreven in de handboeken) van de 5e verdieping, of zelfs alleen van de plekken waar de hulzen en geweer waren gevonden, zou er nooit komen.

Afbeelding 5: Na een ‘grondig’ onderzoek van de 5e verdieping (dat drie kwartier duurde) verlaat hoofdinspecteur Will Fritz (op de trap) het Schoolboekengebouw om kwart voor twee in de middag. Voor hem loopt agent Elmer Boyd, met z’n geweer in de hand. Foto: William Allen, 22 november 1963.

Enkele minuten nadat het geweer was gevonden controleerde Carl Day het vluchtig op vingerafdrukken. Een kwartier later bracht hij het naar het politiebureau om het daar later verder te kunnen onderzoeken. Bijna een uur was hij afwezig: om drie uur kwam hij terug op de vijfde verdieping. Wie had de leiding nadat Day om twee uur het geweer naar het politiebureau bracht? Captain Fritz had tien minuten eerder de plaats delict namelijk ook al weer verlaten (zie Afb. 5). Fritz en Day hadden geen instructies achtergelaten voor de vele agenten die op de plaats delict achterbleven.

Situatie in het Schoolboekengebouw na 3 uur op vrijdagmiddag

Na het vertrek aan Carl Day begon zijn assistent Robert Studebaker – net 6 weken in opleiding bij de technische dienst van de moordafdeling – met het zoeken naar vingerafdrukken op de dozen die rond de hulzen opgestapeld stonden. Hij en Day hadden drie foto’s genomen van de hulzen op de grond, maar geen enkele waaruit bleek doe de dozen in en rondom de hulzen precies hadden gestaan. Om de vingerafdrukken te kunnen opsporen, haalde Studebaker alle dozen van het schuttersnest van hun plek en stapelde ze na behandeling op elkaar in het raam of op de grond. De plaats delict was vernietigd.

Day kwam iets voor 3 uur terug in het Schoolboekengebouw. Het is niet bekend hoe hij reageerde toen hij de ravage zag die zijn ondergeschikte had aangericht. Zelf was hij trouwens ook in de war. Iets na drie uur maakte hij een foto vanuit een raam dat uitzag op Houston Street. Toen de Warren Commissie hem vroeg waarom hij die foto had genomen, antwoordde hij dat hij eerst dacht dat er vanuit dat raam was geschoten. Van het raam van waaruit in werkelijkheid zou zijn geschoten (waar de hulzen waren gevonden) hadden hij en Studebaker eerder die middag al foto’s gemaakt. Day had zich – op z’n zachtst gezegd – de situatie nog niet eigen gemaakt.

Wat Day en Studebaker veel tijd gekost zal hebben, was het terugzetten van de zware boekendozen rond het raam bij het schuttersnest. Zo probeerden zij een reconstructie te maken van de oorspronkelijk situatie. Alhoewel Day – na enig aandringen door de Warren Commissie – toegaf dat ze totaal niet meer wisten waar de dozen eerst hadden gestaan, verklaarde Studebaker tijdens zijn verhoor dat ze precies op de oorspronkelijke plek terug waren gezet. Joe Ball (die namens de Commissie over dit onderwerp de meeste ondervragingen leidde) vergat hem te vragen hoe hij ooit wist waar die dozen hadden gestaan. En dat is raar: Ball had immers daarvoor al gevraagd of Studebaker foto’s van de dozen rond het schuttersnest had genomen. Nee dus.

Blijkbaar vonden Day en Studebaker het maken van een plattegrond niet zo belangrijk – dat werd uitgesteld tot maandag. In plaats daarvan gingen ze naar buiten om foto’s te maken van het gebouw en de omgeving. Ook dat is raar: het gebouw zou niet veranderen, maar – zoals we zullen zien – de 5e verdieping wel.

Vrijgeven van de plaats delict: om 4 uur ’s middags op 22 november

Het spreekt voor zich dat een plaats delict pas mag worden vrijgegeven als het sporenonderzoek en het vastleggen van de situatie (in de vorm van foto’s, een plattegrond en een nauwkeurige beschrijving) is beëindigd. Day zei in zijn verhoor dat hij tot 6 uur in het gebouw was gebleven. Maar hij was om vier uur blijkbaar al klaar met z’n onderzoek. Ira Beers (evenals Thomas Dillard fotograaf van de Dallas Morning News) werd iets na vieren samen met andere journalisten toegelaten tot de 5e verdieping:

Afbeelding 6: Inspecteur Carl Day wijst journalisten de plek aan waar het geweer was gevonden. De foto werd tussen vier en zes uur ’s middags op 22 november 1963 door William Allen genomen.

Getuige afbeelding 6 besteedde Day een deel van de tijd tussen vier en zes uur aan het geven van uitleg van de plaats delict aan de journalisten. Al met al duurde Day’s onderzoek op vrijdag 22 november dus amper twee uur: van 13.15-14.00 en van 15.00-16.00. Het woord ‘onderzoek’ moet echter met een stevige korrel zout genomen worden. Een deel van de tijd na drie uur was Day immers samen met Studebaker bezig met het terugplaatsen van de boekendozen om zo alsnog een ‘reconstructie’ van het schuttersnest te maken.

Verdere vervuiling van de plaats delict op zaterdag 23 en zondag 24 november

De 5e verdieping werd na het vertrek van Day en Studebaker niet beveiligd door er bijvoorbeeld een agent op wacht neer te zetten. Op zaterdag 23 november was het Schoolboekengebouw blijkbaar vrij toegankelijk:

“Inspecteur Day verklaarde dat er op zaterdag 23 november 1963 blijkbaar veel voor hem onbekende personen op de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw waren geweest en daar veel foto’s hadden genomen, gezien het feit dat hij veel lege doosjes van filmrolletjes had zien liggen vlak bij de plek waar de dozen stonden. Er waren dozen van hun plek verschoven, blijkbaar om foto’s te kunnen maken.” Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 26, p. 805: FBI verslag 3 september 1964 (cursivering van mij).

Maar ook op zondag 24 november werd de plaats delict druk bezocht, eveneens door Studebaker zelf. Hij was zowel op 23 november als op zondag 24 november in het gebouw aanwezig, zonder dat de reden daarvan duidelijk is.

“Studebaker verklaarde dat er op zaterdag 23 november in het hele gebouw en vooral op de 5e verdieping, journalisten waren, die foto’s maakten en overal rondkeken. (…) Studebaker verklaarde dat hij op 24 november opnieuw in het gebouw was geweest en tientallen journalisten in het Schoolboekengebouw had gezien.” Bron: Bijlagen Warren Rapport, deel 26, p. 807: FBI verslag 9 september 1964.

Vervolg onderzoek door de politie van Dallas op 25 november 1963

Nadat tijdens het weekend de plaats delict grondig was vervuild, gingen Studebaker en Day op maandag 25 november terug naar het Schoolboekengebouw. Omdat er op 22 november nog niet zo veel foto’s waren genomen, probeerde men dit op 25 november alsnog goed te maken. Verder moesten ze vier dozen ophalen die men op 22 november had laten staan omdat ze daar geen vingerafdrukken op hadden gevonden. Dat waren de dozen die in het schuttersnest hadden gestaan en die als steun voor het geweer zouden hebben gediend. Deze dozen lagen volgens Day niet allemaal meer op de plek waar zij ze vrijdags hadden achtergelaten. We mogen aannemen dat ze die dozen hebben herkend aan het zwarte poeder dat was gebruikt om vingerafdrukken te zoeken. Het is – gezien de werkwijze van Studebaker – echter de vraag of dit inderdaad de dozen waren die in het schuttersnest hadden gestaan.

En eindelijk werd op 25 november alsnog een plattegrond door Studebaker gemaakt van de omgeving van het schuttersnest, zoals dat er toen uitzag. Dat had hij natuurlijk meteen op 22 november moeten doen, voordat hij de plaats delict afbrak en voor de journalisten in het weekend dozen hadden verplaatst. De waarde van de plattegrond (zie Afb. 7) is daardoor nogal discutabel.

Afbeelding 7: De plattegrond die Robert Studebaker op maandag 25 november maakte. Dat was dus nadat hij op 22 november de dozen die in de buurt van het raam stonden had verwijderd, ze later met Day weer willekeurig terug had gezet en nadat journalisten in het weekend ook nog eens met de dozen hadden geschoven. Het ‘sluipschuttersnest’ is links bovenaan weergegeven, achter het raam van waaruit zou zijn geschoten. De hoogte van de dozenwanden wordt weergeven door een getal: zo betekent ‘3’ dat er drie dozen op elkaar gestapeld stonden. Let op de woorden: ‘not to scale’: de beide ramen zijn veel te smal weergegeven.

Conclusies

De politie van Dallas overtrad op 22 november zo ongeveer alle regels van hoe een plaats delict onderzocht diende te worden. De 5e verdieping werd niet afgesloten voor publiek, en meteen na de moord werden er tussen 13.15 en 14.00 slechts vijf foto’s gemaakt. Aanvullend werden er weliswaar na drie uur nog foto’s gemaakt, maar toen was de plaats delict al afgebroken. De plaats delict werd ook in het weekend niet afgesloten of bewaakt door agenten. Nadat op zaterdag en zondag de 5e verdieping door vele journalisten was bezocht, werden er op maandag 25 november alsnog vele foto’s genomen. Toen werd ook de plattegrond gemaakt. Een nauwkeurige beschrijving van de plaats delict kwam er nooit. Foto’s en plattegrond geven dus geen betrouwbaar beeld van de 5e verdieping zoals die er op vrijdagmiddag om één uur had uitgezien.

Hoe was zo’n slordige werkwijze ooit mogelijk geweest? In Dallas werden jaarlijks meer moorden gepleegd dan in heel Groot-Brittannië, terwijl dat land 50 keer zoveel inwoners telde dan Dallas. Je kunt stellen dat de recherche afdeling van Dallas overspoeld werd door de vele moorden. Tijd om alles even nauwgezet te doen als in de handboeken was voorgeschreven, zal er daardoor in Dallas niet zijn geweest. Door alle moorden die Day en Fritz in de jaren voor 1963 hadden moeten onderzoeken, was hun werkwijze blijkbaar steeds slordiger geworden. Dermate slordig dat ze niet meer in staat waren de officiële regels te volgen toen het ging om de belangrijkste moord in hun loopbaan.

In het Warren Rapport zelf wordt over de chaotische taferelen op de 5e verdieping niets vermeld. Alhoewel zij in de verhoren vooral Carl Day het vuur na aan de schenen legde, deed de Commissie het in haar Rapport voorkomen alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Slechts een halve pagina wordt aan het onderzoek in het Schoolboekengebouw gewijd. De Warren Commissie bedekte de tekortkomingen van de politie van Dallas met de mantel der liefde. De conclusie die Harold Weisberg al in 1965 trok, geeft zowel het dilemma weer van de Warren Commissie maar ook de bedenkelijkheid van de manier waarop zij daar mee omging:

“Het onderzoek van de moordaanslag was, voor zover het op het Schoolboekengebouw betrekking had, hoogst onbetrouwbaar en kende zo veel fouten dat het onderwerp van een dik boek zou kunnen zijn. (…) De Commissie erfde dit knoeiwerk en door er haar stempel van goedkeuring op te zetten, veranderde zij het in de officiële waarheid.” Bron: Harold Weisberg, Whitewash, 1965, p. 31.

Als gevolg van het gebrekkige onderzoek door de politie was het voor de Warren Commissie lastig om na te gaan hoe de 5e verdieping er meteen na de moord op Kennedy bij had gelegen. Zij deed daar echter maar weinig moeite voor, overtuigd als zij was van Oswald als moordenaar van president Kennedy. Of Oswald zonder veel tijdsverlies uit het schuttersnest had kunnen komen en snel zijn geweer had kunnen verstoppen, is op basis van de paar pagina’s die het Warren Rapport er aan besteed, niet vast te stellen. De conclusie van de Commissie, dat Oswald eerder dan Baker en Truly in de lunchroom had kunnen aankomen (en dus de dader had kunnen zijn), is dus niet betrouwbaar.

Bronnen

Literatuur: Warren Report p.79; S.W. Moolenaar, Criminele Tactiek. Leerboek voor Opsporingsambtenaren (Dokkum 1955); Richard Jackson, Criminal Investigation: A Practical Textbook for Magistrates, Police Officers and Lawyers (London 1962, 5th ed.), m.n. p. 81-88; Harold Weisberg, Whitewash: the Report on the Warren Report (1965), m.n. p. 31-35; Sylvia Meagher, Accessories After the Fact: The Warren Commission, The Authorities & The Report (New York 1992; orig. 1967); Gary Savage, JFK First Day Evidence (Monroe 1993); Connie Kritzberg, Secrets from the Sixth Floor Window (Tulsa 1994); Sherry P. Fiester, Enemy of the Truth: Myths, Forensics, and the Kennedy Assassination (Southlake 2012), m.n. p. 1-33; Flip de Mey. Cold Case Kennedy (2013).

Verhoren: Seymour Weitzman (7H 105-109 – 1 april); Robert C.W. Brown (7H 246-251 – 3 april); Studebaker (7H 137-149 – 6 april); William Shelley (6H 327-334 – 7 april); Ira Beers (13H 102-112 – 14 april); J.W. Fritz (4H 202-249 – 22 april 1964); J.C. Day (4H 249-278 – 22 april); Forrest Sorrels (7H 332-360 – 7 mei); Jack Revill (5H 33-47 – 13 mei). De verhoren zijn eveneens op het internet te vinden.

Rapporten: Politierapport Sims en Boyd in: Bijlagen Warren Rapport, deel 24, p. 195-404 (CE 2003); FBI rapporten over Day en Studebaker in: Bijlagen Warren Rapport, deel 26, p. 799-809 (CE 3131).

Herkomst afbeeldingen:

Afb. 3: Dallas (Tex.). Police Department. [Texas School Book Depository [Print]], photograph, 1963~; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth49604/m1/1/?q=%22Dallas%20Police%20Department%22: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

Afb. 4: Portal to Texas History

Afb. 5: Allen, William. [Dallas Police officers exiting the Texas School Book Depository], photograph, November 22, 1963; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth184787/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting The Sixth Floor Museum at Dealey Plaza.

Afb. 6: (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth184774/m1/1/?q=%20Sixth%20Floor%20of%20Texas%20School%20Book%20Depository: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting The Sixth Floor Museum at Dealey Plaza.

Afb. 7: Dallas (Tex.). Police Department. [Map of Texas School Book Depository #2], map, November 25, 1963; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth338691/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.

Plan voor de volgende delen

  • deel 8: Vervalste foto’s en de lotgevallen van drie geweerhulzen. (geplande verschijningsdatum: december 2024)
  • deel 9: Vondst van het geweer op de 5e verdieping. (januari 2025)
  • deel 10: Reconstructie door de Warren Commissie van de tijd die het Baker en Truly gekost zou hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (februari 2025)
  • deel 11: Reconstructie van de tijd die het Baker en Truly in werkelijkheid gekost moet hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (maart 2025)
  • deel 12: Reconstructie van de tijd die het Oswald gekost moet hebben om van de 5e verdieping naar de lunchroom te komen.
  • deel 13: Vondst van de papieren zak (waarin het geweer door Oswald vervoerd zou zijn) op de 5e verdieping.
  • deel 14: Het ontbrekende uur: Oswald op het politiebureau te Dallas tussen 2 tot 3 uur op vrijdagmiddag 22 november 1963.
  • deel 15: Ondervragingen van Oswald op 22, 23 en 24 november 1963.