De moord op President Kennedy – deel 9: Welke informatie hebben Joe Ball en David Belin over het hoofd gezien?
Leestijd:10 minuten
Leeswijzer:
- dit deel behandelt samen met deel 10 en 11 nogmaals het onderwerp van deel 8 (over de door de politie van Dallas vervalste foto’s van het schuttersnest), maar dan vanuit een andere invalshoek
- deel 9, 10 en 11 vormen samen één geheel en kunnen los van deel 8 worden gelezen
- de afbeeldingen geven samen met de onderschriften de kern van het verhaal weer.
Dallas 22 november 1963 – De vervalste foto’s van het schuttersnest
Een half uur na de moord op president Kennedy werden op de 5e verdieping van het zgn. Schoolboekengebouw drie geweerhulzen gevonden. Ze lagen voor een raam dat uitkeek op Elm Street, waar Kennedy’s auto langs was gereden. Bij het raam stonden drie stapels boekendozen waarachter een eventuele schutter zich had kunnen verstoppen (zie Afb.1 en 2 en 4). Deze plek zou bekend worden als het schuttersnest. We vergelijken hieronder twee foto’s van het schuttersnest: de officiële politiefoto die om 1.20 genomen zou zijn (Afb.1) en de na 4 uur door persfotograaf William Allen gemaakte foto (Afb.2).

De dozen op de voorgrond staan op beide foto’s op precies de zelfde manier opgestapeld. Alleen de hulzen ontbreken op de foto van Allen. Dit zou kunnen betekenen dat Day en Studebaker de drie stapels dozen die het schuttersnest afscheidden van de rest van de 5e verdieping ongemoeid hebben gelaten door er keurig omheen te werken. Maar dezelfde William Allen had eerder die middag – toen hij het Schoolboekengebouw nog niet in mocht – buiten foto’s genomen van het raam op de 5e verdieping waarop een hard werkende Studebaker was te zien. In zijn zoektocht naar vingerafdrukken op de boekendozen had Studebaker uiteindelijk twee stapels voor het raam geplaatst (zie Afb.5b). Daarmee was het schuttersnest ontmanteld.


De dozen moeten later, nadat Day om drie uur terug was gekomen (hij had in de tussentijd het pas gevonden geweer naar het politiebureau gebracht) door beide heren weer op hun plek zijn gezet. Ze hebben toen dus een reconstructie gemaakt van hoe het schuttersnest er in hun herinnering moet hebben uitgezien. Maar ze wisten natuurlijk niet meer precies hoe de stapels dozen oorspronkelijk hadden gestaan. De foto’s werden pas genomen nadat de reconstructie gereed was en de hulzen er opnieuw waren neergelegd. Dat zal om ongeveer half vier zijn gebeurd. Wisten Ball en Belin dat en hebben ze het verzwegen? Of zijn ze er nooit achter gekomen dat de foto’s in scene waren gezet?

Als gevolg van het ontbreken van foto’s en van een beschrijving van het oorspronkelijke schuttersnest is het onbekend hoe de situatie er om half een had uitgezien. We weten niet eens zeker hoeveel stapels dozen (3 of 4?) er hadden gestaan. Ook niet hoe dicht de stapels dozen bij het raam hadden gestaan van waaruit zou zijn geschoten. Was er wel voldoende ruimte voor een schutter om daar met een geweer in de aanslag te zitten? En waren de drie dozen die vlak voor het raam stonden (Afb.4) bedoeld als steun voor het geweer, zoals het Warren Rapport stelt? Of zouden ze de schutter juist in de weg hebben gestaan? Ook weten we niet hoe moeilijk het voor een eventuele schutter was om uit het schuttersnest te voorschijn te komen. Dat laatste is belangrijk om te kunnen nagaan hoe veel tijd het de schutter gekost zou hebben om de lunchroom op de 1e verdieping te bereiken. Zoals we in deel 6 van deze serie uitlegden, is Oswald’s alibi mede daarvan afhankelijk.
Een gedachtenexperiment: wat moeten ze hebben gemist?
Namens de Warren Commissie (die de moord op president Kennedy onderzocht) voerden twee vooraanstaande juristen, Joe Ball en David Belin, het belangrijkste deel van het onderzoek uit. Hun taak was namelijk om uit te zoeken wie de moordenaar van Kennedy was. In deel 8 gingen we er van uit dat Ball en Belin wel degelijk hadden ontdekt dat de foto’s van Day en Studebaker vervalsingen waren. En dat ze wisten dat Studebaker het schuttersnest had ontmanteld tijdens het zoeken naar vingerafdrukken op de dozen.
We concludeerden dat beide onderzoekers dit met opzet hebben verzwegen. Maar zijn we misschien toch wat te gehaast tot dit oordeel gekomen? Daarom proberen we via een gedachtenexperiment nog wat meer duidelijkheid te krijgen. We gaan daarbij uit van de hypothese dat Ball en Belin geen weet hadden van de vernieling van het schuttersnest door Studebaker. En dat zij dus oprecht meenden dan de foto’s geen vervalsingen waren. Ball en Belin moeten dan echter wel veel informatie over het hoofd hebben gezien.
Gemiste informatie
Toen Ball en Belin in januari 1964 met hun onderzoek begonnen, was er slechts één boek verschenen over de moord op Kennedy. En wel een fotoboek, getiteld Four Days. Daarin stonden belangrijke foto’s die Ball en Belin echter niet op waarde werden geschat. Het rapport van de politie van Dallas over de moord op Kennedy bevatte geen verslagen van Day en Studebaker. Ball en Belin vonden dat blijkbaar niet merkwaardig. Verder hebben zij geen waarde gehecht aan de foto’s die William Allen had genomen van de werkzaamheden van Studebaker. Zij hebben evenmin aandacht besteed aan wat waarschijnlijk sporen waren van vingerafdrukpoeder op de officiële politiefoto (zie Afb.1). Ook het verzoek van Day en Studebaker om meer materiaal naar het Schoolboekengebouw te sturen, is hen ontgaan. Tot slot werden de enige journalisten die de hele middag in en rond het Schoolboekengebouw aanwezig waren, niet als getuigen opgeroepen. We gaan deze punten hieronder wat uitvoeriger bij langs.
1. In december 1963 kwam het lijvige, meer dan 400 pagina’s tellende rapport van de politie van Dallas gereed. Daarin werden de moorden op president Kennedy, agent J.D. Tippit en op de vermeende schutter Lee Harvey Oswald behandeld. Maar in dit rapport zal men vergeefs bijdragen zoeken van inspecteur Day en detective Studebaker. Dat is merkwaardig omdat juist zij belangrijke bewijzen vonden die wezen op de schuld van Oswald: drie hulzen en Oswald’s vingerafdrukken op de drie dozen die vlak voor het raam stonden. Mogelijk was het ontbreken van die bijdragen Ball en Belin wel opgevallen, maar het vormde voor hen geen reden om Day en Studebaker daarover nader aan de tand te voelen.
2. In januari 1964 verscheen Four Days, het eerste boek over de moord op president Kennedy. Ball en Belin hebben ongetwijfeld de hieronder opgenomen foto’s uit Four Days gezien. Deze foto’s waren door William Allen genomen, alhoewel diens naam niet in het boek wordt genoemd. Misschien hebben Ball en Belin de treffende overeenkomst tussen de politiefoto (CE 715) en die van Allen wel opgemerkt, maar dachten ze dat alleen de drie dozen die vlak onder het raam stonden (zie Afb.4) van hun plaats waren geweest. En dat de drie stapels dozen die iets meer naar achteren stonden, ongemoeid waren gelaten. In dat geval zullen ze het logisch hebben gevonden dat de beide foto’s (Afb. 1 en 2) precies het zelfde beeld te zien gaven.


3. Ball en Belin hebben ook de linker foto van Afb. 5a niet goed bekeken. Het was niet lastig om te kunnen constateren dat er stapels dozen voor het raam stonden en het schuttersnest dus was afgebroken (zie ook Afb. 5b). De foto van het gebouw was vrij groot afgedrukt: 10 bij 16 cm. Je zou denken dat Ball en Belin juist door de pijl wat aandachtiger hadden gekeken naar het raam waar de schutter zou hebben gezeten. De pijl was toch wel groot genoeg? Dan hadden ze gezien dat er stapels dozen voor het raam stonden en zich hebben afgevraagd waar die ooit vandaan kwamen. Maar Ball en Belin hebben de andere foto’s die William Allen op 22 november van de werkzaamheden van Studebaker maakte, evenmin onder ogen gehad. Op die foto’s was ook Studebaker zelf aan het werk te zien. En op sommige van die foto’s stonden er stapels dozen voor het raam.
4. Foto’s bekijken was blijkbaar niet het sterkste punt van beide heren. Op één van de dozen (2e doos van onderen, links op de voorgrond) zijn waarschijnlijk sporen te zien van het poeder waarmee Studebaker vingerafdrukken probeerde op te sporen (zie Afb.1 en 2). Ball en Belin hadden Studebaker moeten vragen of dit inderdaad het geval was. En of hij nog meer dozen die rond het schuttersnest stonden, had onderzocht. En: had hij die dozen ook van hun plek gehaald?
5. Tom Alyea had als enige journalist op 22 november de hele middag in het Schoolboekengebouw doorgebracht. Rond twee uur die middag had hij zelfs een filmpje van de vondst van het geweer naar buiten weten te smokkelen dat een uur later op televisie was te zien. Zoals we in deel 8 uitlegden had Alyea gezien dat Studebaker het schuttersnest had afgebroken. Maar hij werd door Ball en Belin niet als getuige opgeroepen, terwijl zij andere journalisten, die maar weinig hadden te melden, juist wel ondervroegen. Pas dertig jaar later zou Alyea vertellen wat hij op de 5e verdieping had gezien.
6. Op 22 november had William Allen (fotograaf van de Dallas Times Herald) de hele middag foto’s genomen rond en in het Schoolboekengebouw. In tegenstelling tot Tom Alyea lukte het hem eerst niet om het Schoolboekengebouw binnen te komen. Vandaar dat hij (tot een uur of vier) foto’s ging nemen van de buitenkant van het gebouw (zie Afb.3 en 5). Deze foto’s lieten Studebaker zien terwijl hij het schuttersnest afbrak. Naderhand, toen Allen samen met andere journalisten om 4 uur tot het gebouw werd toegelaten, nam hij een aantal foto’s van het (gereconstrueerde) schuttersnest (Afb.2 en 5). Als getuige had hij – evenals Alyea – waardevolle informatie kunnen geven, maar ook hij werd niet door Ball en Belin opgeroepen.
7. Behalve Alyea en Allen was er nog een andere bron die Ball en Belin op het spoor van de bezigheden van Day en Studebaker op de 5e verdieping had kunnen zetten. In een van de bijlagen van het Warren Rapport zijn de transcripties afgedrukt van het radioverkeer van de politie van Dallas op 22 november. Op die dag werd er om kwart voor 2 vanuit de auto van Studebaker en Day een bericht gestuurd met de vraag om extra materiaal naar de 5e verdieping te brengen.



Belin kende de transcripties: hij gebruikte deze geregeld tijdens de ondervragingen van de agenten. Maar de melding om kwart voor twee is hem dus niet opgevallen. Dat is jammer: het zou een aantal cruciale vragen hebben opgeleverd die Ball en Belin voor konden leggen aan de beide detectives. Wat hadden Day en Studebaker eigenlijk nog nodig gehad voor hun onderzoek? Tijdens zijn verhoor zei Day namelijk dat ze de benodigde spullen altijd in hun auto hadden:
“We hebben een stationwagen uitgerust met materiaal om vingerafdrukken op te sporen, camera’s en kisten met verschillende andere spullen die nodig zijn op de plaats delict.” Bron: Bijlagen Warren Report, deel 4, p. 250.
En welke agent bracht hen het materiaal? Wat had die agent daar aangetroffen? In het verhoor van Day (geleid door Belin) en dat van Studebaker (geleid door Ball) had hier naar gevraagd kunnen worden, maar dat werd nagelaten. De bestuurder van de politieauto met oproepnummer 49 werd niet opgespoord en dus ook niet ondervraagd.
Onze hypothese luidde dat Belin en Ball niet wisten dat het schuttersnest was afgebroken en dus ook niet in de gaten hadden dat de foto’s daarvan waren vervalst. Deze hypothese houdt alleen stand als zij niet alleen dit radioverkeer maar ook alle overige besproken bronnen van informatie over het hoofd hebben gezien. Maar waren het dan wel goede onderzoekers? In deel 10 en 11 wordt hier nog wat dieper op in gegaan. Of de hypothese stand kan houden, komt aan het slot van deel 11 aan de orde.
Bronnen
Literatuur: Warren Report (1964) p. 137-142; Four Days: The Historical Record of the Death of President Kennedy (1964); David Belin, Final Disclosure: The Full Truth About the Assassination of President Kennedy (New York 1988); Connie Kritzberg, Secrets from the Sixth Floor Window (Tulsa 1994); Howard P. Willens, History will prove us right: Inside the Warren Commission Report on the Assassination of John F. Kennedy (New York 2013).
Verhoren: Robert Studebaker (7H 137-149 – 6 april); J.C. Day (4H 249-278 – 22 april). Deze verhoren zijn ook op het internet te vinden.
Rapport politie Dallas in: Bijlagen Warren Rapport, deel 24, p. 195-404 (CE 2003). In dit deel van de bijlagen zijn steeds 2 pagina’s van het politierapport op één pagina afgedrukt. Vandaar dat de meer dan 400 pagina’s van het politierapport slechts 210 pagina’s van deel 24 in beslag nemen.
Transcripties politieradio Dallas in: Bijlagen Warren Rapport, deel 17, p. 389-494 (CE 705).
Foto’s schuttersnest in Bijlagen Warren Rapport: deel 17, p. 199-226 en 499-510; deel 21, p. 643-649. Verschillende van de hier opgenomen foto’s zijn met dank ontleend aan de uitstekende beeldbank van de University of North Texas: The Portal to Texas History. De digitale weergaven zijn veel scherper dan de in de bijlagen van het Warren Rapport afgedrukte foto’s. Ook de foto’s van William Allen (Afb. 2 en 3) zijn van deze site afkomstig: ze komen niet voor in de bijlagen van het Warren Rapport.
Herkomst afbeeldingen:
Afb. 1:
Dallas (Tex.). Police Department. Texas School Book Depository [Negative], photograph, 1963~; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth49541/m1/1/: accessed December 18, 2024), University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.
Afb. 2:
William Allen, November 22,
1963; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth184779/m1/1/: University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting The Sixth Floor Museum at Dealey Plaza.
Afb.3:
Allen, William. [Dallas Police Detective Robert L. Studebaker in alleged sniper’s perch], photograph, November 22, 1963; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth184821/m1/1/: accessed July 24, 2024), University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting The Sixth Floor Museum at Dealey Plaza.
Afb 4:
Dallas (Tex.). Police Department. Boxes in the Texas School Book Depository, photograph, 1963~; (https://texashistory.unt.edu/ark:/67531/metapth49475/m1/1/: accessed December 18, 2024), University of North Texas Libraries, The Portal to Texas History, https://texashistory.unt.edu; crediting Dallas Municipal Archives.
Plan voor de volgende delen
deel 10: Wat ging er mis tijdens deondervragingen geleid door Joe Ball en David Belin? (geplande verschijningsdatum: maart 2025)
deel 11: Waren Joe Ball en David Belin slechte onderzoekers of goede leugenaars?(april 2025)
deel 12: De vondst van het geweer op de 5e verdieping van het Schoolboekengebouw (april 2025)
deel 13: Reconstructie door de Warren Commissie van de tijd die het Baker en Truly gekost zou hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (mei 2025)
deel 14: Reconstructie van de tijd die het Baker en Truly in werkelijkheid gekost moet hebben om de lunchroom op de eerste verdieping te bereiken. (mei 2025)
deel 15: Reconstructie door de Warren Commissie van de tijd die het Oswald gekost zou hebben om van de 5e verdieping in de lunchroom te komen.
deel 16: Reconstructie van de tijd die het Oswald gekost moet hebben om van de 5e verdieping in de lunchroom te komen.
deel 17: Vondst van de papieren zak (waarin het geweer door Oswald vervoerd zou zijn) op de 5e verdieping.
deel 18: Het ontbrekende uur: Oswald op het politiebureau te Dallas tussen 2 tot 3 uur op vrijdagmiddag 22 november 1963.
deel 19: Ondervragingen van Oswald op 22, 23 en 24 november 1963.
Het idee van een ‘gedachtenexperiment’ is ontleend aan het proefschrift van Marco van Leeuwen, Bijstand in Amsterdam ca. 1800-1850, Amsterdam 1992.
