Liefhebbende ouders? Deel 2: Samuel Sewall
Leestijd: 8 minuten
Omstreeks 1575 merkte de filosoof Montaigne op dat hij “zo niet zonder leedwezen, maar toch zonder veel verdriet” twee of drie kinderen als baby had verloren. Veel lezers vielen over hem heen vanwege deze uitspraak: hoe kon iemand zo onverschillig tegenover de dood van zijn kinderen staan dat hij zelfs het aantal niet meer precies wist?
Een historicus als Ariès zag dat juist als bewijs voor zijn stelling dat het overlijden van zeer jonge kinderen in de 16e en 17e eeuw voor ouders niet zo’n punt was. Men was in het eigen gezin al gewend geraakt aan het jong overlijden van broertjes en zusjes. Van elke vier kinderen overleed er in die tijd één in het eerste levensjaar. Volgens Ariès hechtten ouders zich daardoor niet erg aan de nog jonge kinderen en dat zorgde er naast de gewenning voor dat het verdriet niet zo groot was.
De vraag die in deze serie blogs centraal staat is of men zich in de 17e eeuw aan hun nog zeer jonge kinderen hechtte en of men veel verdriet had bij het overlijden daarvan. Na Cotton Mather (deel 1) komt nu zijn vriend en plaatsgenoot aan de orde: Samuel Sewall.
Samuel Sewall – 1652-1730
Samuel Sewall was koopman en meer dan 30 jaar rechter in Boston, een havenstadje met rond het jaar 1700 zo’n 10.000 inwoners. Ter vergelijking: van de drie grootste steden destijds had Amsterdam 200.000 inwoners en Parijs en Londen bijna 500.000. Sewall was een bezig baasje: hij was ook nog decennia lang actief als kapitein van wat je de schutterij zou kunnen noemen, ook al was het algemeen bekend dat hij een zeer slecht schutter was. Je snapt niet dat hij ook nog tijd had om een uitgebreid – in druk 1.100 pagina’s tellend – dagboek bij te houden. Sewall zou drie keer trouwen. Hij overleefde niet alleen twee echtgenotes, maar ook elf van zijn veertien kinderen.

Sewall had streng puriteinse opvattingen: net als Cotton Mather zag hij de hand van God in alles wat er gebeurde, ook in het overlijden van zijn kinderen. Dit godsbeeld bleek bijvoorbeeld uit een gesprek dat hij met Cotton Mather had. Toen het hevig begon te onweren vertelde Cotton dat God toestond dat huizen van predikanten vaker door de bliksem werden getroffen dan huizen van andere mensen. Waarom God dat eigenlijk deed, vroeg Cotton zich af.
Sewall schreef één van de eerste geschriften tegen de slavenhandel en de slavernij. “Wat is het verschrikkelijk, de smerigheid en de sterfte, zo niet moord die wordt veroorzaakt door de schepen die grote aantallenellendige mannen en vrouwen hier naar toe brengen. Mensen die door ons worden gedwongen om slaven te worden.” Aangezien één op de vijf huishoudens in Boston slaven had, was het te verwachten dat hij kritiek kreeg. Zo kwam een voorstander van de slavenhandel met een paradoxaal argument: “Afrikanen hebben het voordeel tussen christenen te mogen leven.” Maar ja, de schrijver van dit hypocriete zinnetje was dan ook slavenhandelaar.
Overlijden van Sewall’s kinderen John, Henry en Hullie
Zijn eerste drie eigen kinderen waren toen ze overleden nog geen twee jaar oud, twee van hen kregen nog borstvoeding. Van de geboorte van John, op 1 april 1677, doet Sewall uitgebreid verslag. Samen met zijn schoonvader zat hij in de woonkamer toen ze opeens het huilen van de pasgeboren baby hoorden. De eerste week werd John door een min gezoogd, daarna al snel door Hannah zelf. Sewall legt uit dat de ene tepel van zijn vrouw wat klein was, maar dat de baby er na een week goed aan kon zuigen. John overleed echter op 11 september 1678: hij was toen anderhalf jaar oud. Van midden 1677 tot februari 1685 is het dagboek van Sewall niet bewaard gebleven, we weten dus niet hoe Sewall op dat overlijden reageerde.

Op 7 december 1685 werd Henry geboren en overleed nog geen twee weken later. Op 17 december meldde Sewall dat ‘Little Henry’ onrustig was, en twee dagen later gaat hij voor Henry – “omdat hij erg ziek was” – bidden. Eigenlijk was dat het beste wat hij kon doen, artsen stonden toen immers machteloos. Op 21 december kwam Sewall om 4 uur ’s nachts het bed uit: “Het zachte gekreun van mijn kind dwong me op te staan en voor hem te bidden.” De dag er na, ‘s avonds laat: “Het kind maakt geen geluid behalve een soort van snurken tijdens het ademhalen.” Ze bleven bij hem waken en bij het ochtendgloren overleed Henry: ”Hij viel in slaap, ik hoop bij Jezus, en dat voor hem een woning bereid was in zijn Vader’s huis.” Twee dagen later werd ‘little Henry’ begraven. Sewall: “Moge de Heer mij goedgunstig doen verootmoedigen voor al mijn vijandschap jegens Hem en moge het middel daartoe zijn dat Hij mijn evenbeeld, mijn zoon, gebroken heeft.” Als strenge puritein zag hij het overlijden van Henry dus als een beproeving zo niet als straf van God.
Op 8 juli 1684 was zoontje Hull geboren en hij overleed op 18 juni 1686, een half jaar dus na Henry. Na de geboorte van Hull komen we een aantal notities tegen over diens slechte gezondheid, zoals op 17 december 1685: “Little Hull heeft een aanval van stuiptrekkingen terwijl hij bij mij in bed ligt.” Op 22 januari daaraanvolgend had Hullie weer last van stuipjes, nu lang achter elkaar waarna hij heel erg moe was. In juni 1686 schreef Sewall: “Mijn lieve zoon Hull stierf.” Het jongetje werd bijna twee jaar. In februari had de trotse vader nog gemeld dat Hullie z’n eerste woordje had gesproken: “appel”, oma was getuige. Na het overlijden schreef Sewall: “Dat God dit derde sterfgeval heligt.” Sewall schreef niets over de doodsoorzaak en het verdriet na het overlijden van Hullie. Maar het kan toch niet anders dan dat verdriet er geweest moet zijn bij een vader die zoveel aandacht (en trots) voor zijn kindje had.

https://commons.wikimedia.org/wiki/User:MiguelHermoso
Hoge kindersterfte oorzaak huwelijksproblemen?
Toen Sewall’s kleindochter Mary in 1712 overleed was haar gelijknamige tante twee jaar eerder al op 19-jarige leeftijd in het kraambed overleden, in het zelfde jaar dus als kleindochter Rebecca. Bij Sewall liep het overlijden van zijn eigen kinderen dus naadloos over in dat van zijn kleinkinderen. Vaak regelde hij ook met zorg de begrafenissen van zijn kleinkinderen.
Sewall’s oudste zoon Samuel jr. was getrouwd met Rebecca, een dochter van de gouverneur van de Britse kolonie Massachusetts, waar Boston de hoofdstad van was. Zij kregen tussen 1703 en 1711 vijf kinderen waarvan er vier al snel overleden. Rebecca werd het oudst van deze vier kinderen: zij overleed in 1710 op 5-jarige leeftijd.
Tot overmaat van ramp stierf in 1712 hun dochtertje Mary, net één jaar geworden. Op 1e kerstdag 1711 was Mary al ziek en had Sewall haar samen met twee van zijn kinderen bezocht. “Ik troostte mijn zoon en dochter zo goed als ik kon en bad met hen.” Ze hielden na het overlijden van Mary één dochtertje over, dat in 1710 was geboren.
Een paar maanden na het overlijden van Mary vond Sewall zijn zoon Samuel jr. ziek in bed liggend, waarna hij door zijn vader meegenomen werd naar zijn ouderlijk huis. “Hij vertelde mij in tranen dat al het verdriet (als gevolg van de onenigheid met zijn vrouw Rebecca) zijn dood zou worden.” Tot twee keer toe probeerde Sewall Rebecca aan het praten te krijgen over de relatieproblemen met zijn zoon, maar dat wilde niet echt lukken. “Ze zei dat ze haar plicht deed en veel te verduren had gekregen.” Die laatste zinsnede kan gaan over de ruzies met Samuel, maar mogelijk ook over de dood van vier van hun kinderen. Sewall ging daar verder niet op in.
Zou hij niet in de gaten hebben gehad dat het overlijden van al die kinderen een rol gespeeld kan hebben in de verwijdering tussen beide ouders? Vroeg hij zich dat niet af omdat hij en Hannah en veel anderen dat ook hadden meegemaakt? Of zou hij juist daarom Rebecca hebben aangeraden om met een predikant te spreken? Zodat die haar duidelijk zou kunnen maken dat het de wil van God was? Soms wens je tevergeefs dat een dagboekschrijver op bepaalde vragen ingaat die bij je opkomen als je het leest.
Een liefhebbende vader
We zagen dat Sewall zich niet afzonderde van zijn baby’s: dan had hij immers het gezucht en gesteun van Henry niet gehoord en had hij ‘little Hull’ niet bij zich in bed genomen, maar het aan de kinderjuffrouw hebben overgelaten. Het verdriet over de andere kinderen kwam al ter sprake, evenals zijn hulp aan Samuel jr. en zijn pogingen om als mediator op te treden tussen hem en diens vrouw Rebecca.
Al met al is het moeilijk voorstelbaar hoe iemand zoveel sterfgevallen van geliefden kon meemaken zonder zichzelf daarin te verliezen. Drie maanden na het overlijden van Hannah, zijn eerste vrouw, dacht hij al weer na over de vraag of hij vanwege zijn eenzaamheid zou hertrouwen. Snel daarna ging hij op zoek naar een geschikte kandidaat.
Ook in het geval van Sewall was het, net als bij Cotton Mather, de vraag in hoeverre zijn geloof hem troost heeft geboden, gezien de onzekerheid die hij als Puritein ervoer met betrekking tot de vraag of zijn kinderen in de hemel zouden komen. Cotton smeekte God vaak wanhopig of zijn kinderen gered mochten worden. Wanneer Sewall daarentegen na het overlijden van weer een kind “ik hoop dat hij in de Heer rust” opschrijft, zonder smeekbeden er achter aan, wekt hij de indruk zich daar niet echt zorgen over te hebben gemaakt. Het lijkt dat Sewall meer op de genade van een goede God vertrouwde dan Cotton Mather.
Literatuur: M. Halsey Thomas (ed.)The Diary of Samuel Sewall 1674-1729 (2 vols. New York 1973); David D. Hall, “The Mental World of Samuel Sewall”, Proceedings of the Massachusetts Historical Society Vol. 92 (1980) p. 21-44 (met dank gedownload van: www.jstor.org); Richard Francis, Judge Sewall’s Apology. The Salem Witch Trials and the Forming of a Conscience (London 2005); Eve LaPlante, Salem Witch Judge: The Life and Repentance of Samuel Sewall (New York 2007).